BWBR0006299
Geldig vanaf 2007-06-07
Artikel 60d
Politiewet 1993
1. Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van regionale politiekorpsen bij de uitoefening van de taken die zij op grond van artikel 6, derde lid, verricht onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie, dan verstrekt Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie en na overleg met het college van procureurs-generaal, aan de betrokken korpsbeheerders de nodige opdrachten.
2. Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van het Korps landelijke politiediensten bij de uitoefening van de taken die zij op grond van artikel 6, derde lid, verricht onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie, dan treft Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, op verzoek van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, de nodige voorzieningen.
3. Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de korpschef van een regionaal politiekorps, onderscheidenlijk de korpschef van het Korps landelijke politiediensten, voorzover dat korps bijstand verleent aan de Koninklijke marechaussee als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid.
2. Behoeft de Koninklijke marechaussee bijstand van het Korps landelijke politiediensten bij de uitoefening van de taken die zij op grond van artikel 6, derde lid, verricht onder verantwoordelijkheid van Onze Minister van Justitie, dan treft Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, op verzoek van Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, de nodige voorzieningen.
3. Artikel 6, derde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de korpschef van een regionaal politiekorps, onderscheidenlijk de korpschef van het Korps landelijke politiediensten, voorzover dat korps bijstand verleent aan de Koninklijke marechaussee als bedoeld in het eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid.