BWBR0006299
Geldig vanaf 2007-06-07
Artikel 32
Politiewet 1993
1. De korpsbeheerder, dan wel de hoofdofficier van justitie kan tegen de vaststelling van de stukken, bedoeld in artikel 31, eerste lid,, “lid,,” moet zijn “lid,”administratief beroep instellen bij de commissaris van de Koning. Deze beslist in overeenstemming met het College van procureurs-generaal op het beroep. De korpsbeheerder brengt de stukken in overeenstemming met het besluit van de commissaris van de Koning.
2. Indien de commissaris van de Koning en het College van procureurs-generaal niet tot overeenstemming komen over de beslissing op het beroep, treden Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie in de plaats van de commissaris van de Koning, respectievelijk het College van procureurs-generaal. De korpsbeheerder brengt de stukken in overeenstemming met het besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
3. Bij de ambtsinstructie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/182" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 182 van de Provinciewet</a>, worden nadere regels gegeven over de taken van de commissaris van de Koning, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 7:25 van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing voor zover het het beroepsorgaan verplicht een nieuw besluit te nemen.
5. In spoedeisende gevallen kan de korpsbeheerder, in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie, zolang niet op het beroep is beslist, een voorlopige voorziening treffen, waarbij zo nodig wordt afgeweken van het besluit van het regionale college. Deze voorziening komt te vervallen zodra de stukken in overeenstemming zijn gebracht met het besluit van de commissaris van de Koning onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van de inhoud van de voorlopige voorziening wordt onverwijld aan het regionale college kennis gegeven.
2. Indien de commissaris van de Koning en het College van procureurs-generaal niet tot overeenstemming komen over de beslissing op het beroep, treden Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie in de plaats van de commissaris van de Koning, respectievelijk het College van procureurs-generaal. De korpsbeheerder brengt de stukken in overeenstemming met het besluit van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
3. Bij de ambtsinstructie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005645/artikel/182" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 182 van de Provinciewet</a>, worden nadere regels gegeven over de taken van de commissaris van de Koning, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing. <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 7:25 van de Algemene wet bestuursrecht</a>is niet van toepassing voor zover het het beroepsorgaan verplicht een nieuw besluit te nemen.
5. In spoedeisende gevallen kan de korpsbeheerder, in overeenstemming met de hoofdofficier van justitie, zolang niet op het beroep is beslist, een voorlopige voorziening treffen, waarbij zo nodig wordt afgeweken van het besluit van het regionale college. Deze voorziening komt te vervallen zodra de stukken in overeenstemming zijn gebracht met het besluit van de commissaris van de Koning onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Van de inhoud van de voorlopige voorziening wordt onverwijld aan het regionale college kennis gegeven.