BWBR0006299
Geldig vanaf 2007-06-07
Artikel 42
Politiewet 1993
1. De korpschef wordt benoemd, geschorst, en ontslagen bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, het hoofd van het landelijk parket gehoord.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen ambtenaren van politie die deel uitmaken van de leiding van het Korps landelijke politiediensten.
3. De overige ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten worden, onverminderd artikel 52, benoemd, bevorderd, geschorst en ontslagen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met dien verstande dat plaatsing van ambtenaren van politie die uitsluitend of in hoofdzaak belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel het verrichten van taken ten dienste van de justitie, niet geschiedt dan na overleg met het hoofd van het landelijk parket. Indien de taakvervulling van een zodanige ambtenaar van politie dit naar het oordeel van het hoofd van het landelijk parket noodzakelijk maakt, draagt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor vervanging zorg.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen ambtenaren van politie die deel uitmaken van de leiding van het Korps landelijke politiediensten.
3. De overige ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten worden, onverminderd artikel 52, benoemd, bevorderd, geschorst en ontslagen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met dien verstande dat plaatsing van ambtenaren van politie die uitsluitend of in hoofdzaak belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel het verrichten van taken ten dienste van de justitie, niet geschiedt dan na overleg met het hoofd van het landelijk parket. Indien de taakvervulling van een zodanige ambtenaar van politie dit naar het oordeel van het hoofd van het landelijk parket noodzakelijk maakt, draagt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor vervanging zorg.