BWBR0006295
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 22
Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel
1. Voor het opmaken van de reisdeclaratie wordt gebruik gemaakt van een daartoe door het bevoegd gezag voorgeschreven formulier.
2. De reisdeclaraties van de in een kalendermaand gemaakte dienstreizen worden bij voorkeur in één formulier samengevat en uiterlijk in de daarop volgende kalendermaand ingediend.
3. De reisdeclaraties worden voldaan tot de bedragen, waarop volgens de betrokkene vermelde gegevens op grond van deze regeling aanspraak kan worden gemaakt. Evenwel worden daarbij geen wijzigingen in het voordeel van de betrokkene aangebracht, indien en voor zover blijkt, dat met toepassing van artikel 21, tweede lid, een verminderde vergoeding in rekening is gebracht.
4. Indien is afgeweken van de regelen, die bij deze regeling zijn gesteld met betrekking tot de tijdstippen van aanvang en einde van de dienstreis, de wijze van reizen of ter zake van in rekening te brengen reis- en verblijfkosten, wordt het bedrag, waarop aanspraak kan worden gemaakt, bepaald naar de te dien aanzien op de reisdeclaraties door het bevoegd gezag gewijzigde gegevens.
5. Indien blijkt, dat de dienstreis niet met inachtneming van het belang van de instelling en deze regeling op de voor het bevoegd gezag minst kostbare wijze is uitgevoerd – een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag – wordt de reisdeclaratie zo nodig eveneens door het bevoegd gezag gewijzigd en zulks onder opgaaf van de reden aan de betrokkene medegedeeld.
2. De reisdeclaraties van de in een kalendermaand gemaakte dienstreizen worden bij voorkeur in één formulier samengevat en uiterlijk in de daarop volgende kalendermaand ingediend.
3. De reisdeclaraties worden voldaan tot de bedragen, waarop volgens de betrokkene vermelde gegevens op grond van deze regeling aanspraak kan worden gemaakt. Evenwel worden daarbij geen wijzigingen in het voordeel van de betrokkene aangebracht, indien en voor zover blijkt, dat met toepassing van artikel 21, tweede lid, een verminderde vergoeding in rekening is gebracht.
4. Indien is afgeweken van de regelen, die bij deze regeling zijn gesteld met betrekking tot de tijdstippen van aanvang en einde van de dienstreis, de wijze van reizen of ter zake van in rekening te brengen reis- en verblijfkosten, wordt het bedrag, waarop aanspraak kan worden gemaakt, bepaald naar de te dien aanzien op de reisdeclaraties door het bevoegd gezag gewijzigde gegevens.
5. Indien blijkt, dat de dienstreis niet met inachtneming van het belang van de instelling en deze regeling op de voor het bevoegd gezag minst kostbare wijze is uitgevoerd – een en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag – wordt de reisdeclaratie zo nodig eveneens door het bevoegd gezag gewijzigd en zulks onder opgaaf van de reden aan de betrokkene medegedeeld.