BWBR0006295
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 2
Regeling vergoeding van reis- en verblijfkosten bij dienstreizen voor onderwijspersoneel
1. De betrokkenen worden voor de toepassing van deze regeling op basis van hun salaris, als volgt ingedeeld in twee categorieën:
a. Categorie A: betrokkenen met een salaris bij normbetrekking van tenminste het bedrag, vermeld in schaal 9 bij salarisnummer 7;
b. Categorie B: overige betrokkenen.
2. Ten aanzien van de betrokkene die een functie vervult in een betrekkingsomvang die anders is dan een normbetrekking, geschiedt de indeling in een der in het vorige lid genoemde categorieën door het bevoegd gezag, waarbij als salaris wordt aangenomen het salaris, dat de betrokkene zou genieten indien hij in die functie wel werkzaam zou zijn in een normbetrekking.
3. De betrokkene die een hogere functie tijdelijk waarneemt, wordt in een der categorieën, bedoeld in het eerste lid, ingedeeld naar het salaris, verbonden aan de functie, waarin hij reist.
4. Overgang naar een andere categorie als bedoeld in het derde lid heeft plaats met ingang van de datum van vaststelling van het besluit of de beschikking betreffende de verandering welke aan die overgang ten grondslag ligt, tenzij die verandering op een latere datum ingaat, in welk geval deze datum beslissend is.
a. Categorie A: betrokkenen met een salaris bij normbetrekking van tenminste het bedrag, vermeld in schaal 9 bij salarisnummer 7;
b. Categorie B: overige betrokkenen.
2. Ten aanzien van de betrokkene die een functie vervult in een betrekkingsomvang die anders is dan een normbetrekking, geschiedt de indeling in een der in het vorige lid genoemde categorieën door het bevoegd gezag, waarbij als salaris wordt aangenomen het salaris, dat de betrokkene zou genieten indien hij in die functie wel werkzaam zou zijn in een normbetrekking.
3. De betrokkene die een hogere functie tijdelijk waarneemt, wordt in een der categorieën, bedoeld in het eerste lid, ingedeeld naar het salaris, verbonden aan de functie, waarin hij reist.
4. Overgang naar een andere categorie als bedoeld in het derde lid heeft plaats met ingang van de datum van vaststelling van het besluit of de beschikking betreffende de verandering welke aan die overgang ten grondslag ligt, tenzij die verandering op een latere datum ingaat, in welk geval deze datum beslissend is.