BWBR0006172
Geldig vanaf 1993-10-20
Artikel 6
Regeling luchtvaartuiglichten
1. Buiten de daglichtperiode toont een luchtschip, dat aan een landingsmast is gemeerd, aan of bij de achterzijde een ononderbroken wit licht.
2. Buiten de daglichtperiode toont een luchtschip in de lucht, dat aan een ankerkabel vastligt, de volgende lichten:
a. aan de voorzijde een ononderbroken wit licht;
b. een heklicht.
3. Buiten de daglichtperiode toont de ankerkabel waaraan het luchtschip is bevestigd twee ononderbroken witte lichten, die op ten minste vijf en ten hoogste tien meter vanaf het bovenste en onderste bevestigingspunt met een tussenruimte van vier meter zijn aangebracht.
2. Buiten de daglichtperiode toont een luchtschip in de lucht, dat aan een ankerkabel vastligt, de volgende lichten:
a. aan de voorzijde een ononderbroken wit licht;
b. een heklicht.
3. Buiten de daglichtperiode toont de ankerkabel waaraan het luchtschip is bevestigd twee ononderbroken witte lichten, die op ten minste vijf en ten hoogste tien meter vanaf het bovenste en onderste bevestigingspunt met een tussenruimte van vier meter zijn aangebracht.