BWBR0006172
Geldig vanaf 20-10-1993
Artikel 5
Regeling luchtvaartuiglichten
1. Buiten de daglichtperiode toont een luchtschip in de lucht, dat niet aan de grond of aan een vast voorwerp op de grond of in het water is vastgemaakt, de volgende lichten:
a. navigatielichten;
b. aan de voorzijde een ononderbroken wit licht.
2. Buiten de daglichtperiode toont een luchtschip in de lucht, dat onbestuurbaar is of wordt gesleept, de volgende lichten:
a. aan de voorzijde een ononderbroken wit licht;
b. een heklicht;
c. twee rondom zichtbare rode lichten, het ene loodrecht onder het andere, daar waar deze het best kunnen worden gezien.
a. navigatielichten;
b. aan de voorzijde een ononderbroken wit licht.
2. Buiten de daglichtperiode toont een luchtschip in de lucht, dat onbestuurbaar is of wordt gesleept, de volgende lichten:
a. aan de voorzijde een ononderbroken wit licht;
b. een heklicht;
c. twee rondom zichtbare rode lichten, het ene loodrecht onder het andere, daar waar deze het best kunnen worden gezien.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006172
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl