BWBR0006092
Geldig vanaf 1993-08-01
Artikel 6
Interimregeling stimulering zeescheepvaart 1993
1. De minister beslist op grond van het ingediende structuurplan op de aanvraag tot afgifte van een structuurverklaring binnen zes maanden na afloop van de in artikel 3, tweede lid, bedoelde termijn van indiening.
2. De minister wijst de aanvraag tot afgifte van een structuurverklaring af, indien niet voldaan wordt aan artikel 2, eerste of tweede lid, onderdelen b, c, d en e, artikel 3, tweede lid, of, ook na toepassing gegeven te hebben aan artikel 4, eerste lid, niet voldaan wordt aan artikel 2, tweede lid, onderdelen a of f.
3. De minister plaatst de overige structuurplannen in een rangorde, waarbij de mate waarin het desbetreffende structuurplan bijdraagt aan de structuurverbetering van de Nederlandse zeescheepvaartsector bepalend is.
4. De minister kan zich bij de beoordeling van aanvragen ter advisering doen bijstaan door een ambtelijke commissie.
2. De minister wijst de aanvraag tot afgifte van een structuurverklaring af, indien niet voldaan wordt aan artikel 2, eerste of tweede lid, onderdelen b, c, d en e, artikel 3, tweede lid, of, ook na toepassing gegeven te hebben aan artikel 4, eerste lid, niet voldaan wordt aan artikel 2, tweede lid, onderdelen a of f.
3. De minister plaatst de overige structuurplannen in een rangorde, waarbij de mate waarin het desbetreffende structuurplan bijdraagt aan de structuurverbetering van de Nederlandse zeescheepvaartsector bepalend is.
4. De minister kan zich bij de beoordeling van aanvragen ter advisering doen bijstaan door een ambtelijke commissie.