BWBR0006092
Geldig vanaf 1993-08-01
Artikel 14
Interimregeling stimulering zeescheepvaart 1993
1. De minister geeft een correctieverklaring als bedoeld in artikel 13voorts af aan de zeescheepvaartonderneming aan welke de structuurverklaring werd afgegeven, indien een zeeschip dat in de structuurverklaring is vermeld en waarvoor premie is toegekend op basis van het aanschaffen van het desbetreffende zeeschip, binnen 6 jaar na de datum waarop het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien.
2. De correctieverklaring, bedoeld in het eerste lid, houdt in een bedrag aan terug te betalen premie, van de volgende hoogte:
a. 100% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 3 jaar nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien;
b. 75% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 4 jaar, doch 3 jaar of langer nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien;
c. 50% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 5 jaar, doch 4 jaar of langer nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien;
d. 25% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 6 jaar, doch 5 jaar of langer nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van de een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien.
2. De correctieverklaring, bedoeld in het eerste lid, houdt in een bedrag aan terug te betalen premie, van de volgende hoogte:
a. 100% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 3 jaar nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien;
b. 75% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 4 jaar, doch 3 jaar of langer nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien;
c. 50% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 5 jaar, doch 4 jaar of langer nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien;
d. 25% van het in de structuurverklaring vermelde bedrag aan premie, indien het zeeschip binnen 6 jaar, doch 5 jaar of langer nadat het zeeschip bedrijfsmatig in de vaart is genomen door de desbetreffende zeescheepvaartonderneming wordt vervreemd of niet langer van de een zeebrief als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Zeebrievenwet, is voorzien.