BWBR0006085
Geldig vanaf 1993-07-24
Artikel 7
Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties
1. De subsidie, bedoeld in artikel 6, vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit andere hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt en vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten.
2. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt:
a. het aankoopbedrag;
b. het kadastraal recht en het registratierecht;
c. veiling- en notariskosten;
d. overdrachtsbelasting voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
e. schenkingsrecht voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
f. het afkoopbedrag van de landinrichtingsrente voor zover die rust op het verworven terrein;
g. kosten verbonden aan het verlies bij verkoop of sloop van gebouwen;
h. hervestigingskosten, voor zover deze kosten bij verkoop van gronden door het bureau aan de betrokken instelling in het aankoopbedrag van een terrein worden doorberekend.
3. De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening besluiten dat tot een door hem vast te stellen maximumbedrag als subsidiabele kosten tevens worden aangemerkt:
a. kosten van het wegwerken van het ten tijde van de verwerving aanwezige achterstallig onderhoud;
b. kosten verbonden aan kleine investeringen ten behoeve van de inrichting van een terrein;
c. kosten verbonden aan het tenietgaan van het op een terrein gevestigd recht van opstal;
d. taxatie- en bemiddelingskosten.
4. Kosten als bedoeld in de onderdelen a tot en met c van het derde lid worden niet als subsidiabele kosten aangemerkt, voor zover deze kosten verband houden met de verwerving van een terrein ten behoeve van natuurontwikkeling.
2. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt:
a. het aankoopbedrag;
b. het kadastraal recht en het registratierecht;
c. veiling- en notariskosten;
d. overdrachtsbelasting voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
e. schenkingsrecht voor zover geen kwijtschelding of vermindering wordt verleend;
f. het afkoopbedrag van de landinrichtingsrente voor zover die rust op het verworven terrein;
g. kosten verbonden aan het verlies bij verkoop of sloop van gebouwen;
h. hervestigingskosten, voor zover deze kosten bij verkoop van gronden door het bureau aan de betrokken instelling in het aankoopbedrag van een terrein worden doorberekend.
3. De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening besluiten dat tot een door hem vast te stellen maximumbedrag als subsidiabele kosten tevens worden aangemerkt:
a. kosten van het wegwerken van het ten tijde van de verwerving aanwezige achterstallig onderhoud;
b. kosten verbonden aan kleine investeringen ten behoeve van de inrichting van een terrein;
c. kosten verbonden aan het tenietgaan van het op een terrein gevestigd recht van opstal;
d. taxatie- en bemiddelingskosten.
4. Kosten als bedoeld in de onderdelen a tot en met c van het derde lid worden niet als subsidiabele kosten aangemerkt, voor zover deze kosten verband houden met de verwerving van een terrein ten behoeve van natuurontwikkeling.