BWBR0006085
Geldig vanaf 1993-07-24
Artikel 24
Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties
1. Binnen twaalf weken nadat een terrein daadwerkelijk is verworven, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, vergezeld van:
a. een afschrift van de notariële akte van de aankoop van het betrokken terrein;
b. een overzicht van de kosten, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met e, en — in voorkomend geval — een overzicht van de kosten, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel d, en c, in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend.
2. Binnen twaalf weken nadat met betrekking tot een terrein de pachtovereenkomst is beëindigd, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, vergezeld van:
a. een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst danwel een afschrift van het besluit van de Pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 377, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een overzicht van de kosten verbonden aan de beëindiging van de pachtovereenkomst, en
c. in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend.
a. een afschrift van de notariële akte van de aankoop van het betrokken terrein;
b. een overzicht van de kosten, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdelen a tot en met e, en — in voorkomend geval — een overzicht van de kosten, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel d, en c, in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend.
2. Binnen twaalf weken nadat met betrekking tot een terrein de pachtovereenkomst is beëindigd, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in, vergezeld van:
a. een afschrift van een schriftelijke overeenkomst tot beëindiging van de pachtovereenkomst danwel een afschrift van het besluit van de Pachtkamer tot ontbinding van de pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 377, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b. een overzicht van de kosten verbonden aan de beëindiging van de pachtovereenkomst, en
c. in voorkomend geval, een overzicht van de subsidies of andere bijdragen die uit anderen hoofde met hetzelfde oogmerk zijn verstrekt, respectievelijk van de eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk zijn aangewend.