BWBR0006085
Geldig vanaf 1993-07-24
Artikel 10
Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties
1. Een subsidie voor de kosten van vergoeding ter beëindiging van een op een terrein gevestigde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt slechts verleend, voorzover een instelling eigenaar of erfpachter is van een terrein waarop reeds vóór het tijdstip dat het terrein door die instelling is verworven, pachtrechten zijn gevestigd, en waarvoor naar het oordeel van de minister beëindiging van de op het terrein gevestigde pachtovereenkomst gewenst is vanuit het oogpunt van natuur- of landschapsbescherming, bescherming van cultuur-historische of bosbouwkundige waarden, of natuurontwikkeling alsmede de hoogte van de vergoeding niet meer bedraagt dan de gebruikelijk betaalde vergoedingen ter compensatie van het nadeel bij vroegtijdige beëindiging van pachtovereenkomsten.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit andere hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt en vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten.
3. De subsidieontvanger is verplicht om de beëindiging ten laatste te laten plaatsvinden binnen een tijdvak van twaalf weken na de subsidieverlening.
4. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met subsidies of andere bijdragen die uit andere hoofde met hetzelfde oogmerk worden verstrekt en vermeerderd met eigen middelen van de instelling die met hetzelfde oogmerk worden aangewend, bedraagt ten hoogste 100 procent van de subsidiabele kosten.
3. De subsidieontvanger is verplicht om de beëindiging ten laatste te laten plaatsvinden binnen een tijdvak van twaalf weken na de subsidieverlening.
4. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.