BWBR0006081
Geldig vanaf 1993-09-08
Artikel 5
Regeling bezwarenprocedure functiewaardering personeel basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, verzorgingsinstellingen en centrale diensten
1. De bezwarencommissie bestaat uit een voorzitter tevens lid en twee leden, en hun plaatsvervangers.
2. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden benoemd door het bevoegd gezag in overeenstemming met het overlegorgaan, bedoeld in artikel IV-F2, eerste lid, van het rechtspositiebesluit. De voorzitter maakt geen deel uit van en is niet werkzaam bij een bevoegd gezag dat de bezwarencommissie heeft ingesteld.
3. De voorzitter van een gezamenlijke bezwarencommissie en diens plaatsvervanger worden benoemd door de bevoegde gezagsorganen van de betrokken instellingen in overeenstemming met het overkoepelend overlegorgaan, bedoeld in artikel IV-F2, tweede lid, van het rechtspositiebesluit.
4. De voorzitter wijst een lid en een plaatsvervangend lid aan op voordracht van het bevoegd gezag of van de bevoegde gezagsorganen en een lid en een plaatsvervangend lid op voordracht van de centrales van overheids- en onderwijspersoneel.
5. Leden en plaatsvervangend leden die in dienst zijn van de instelling, waarvan het bevoegd gezag advies heeft gevraagd, onthouden zich in voorkomende gevallen van deelname aan de werkzaamheden van de bezwarencommissie.
2. De voorzitter en diens plaatsvervanger worden benoemd door het bevoegd gezag in overeenstemming met het overlegorgaan, bedoeld in artikel IV-F2, eerste lid, van het rechtspositiebesluit. De voorzitter maakt geen deel uit van en is niet werkzaam bij een bevoegd gezag dat de bezwarencommissie heeft ingesteld.
3. De voorzitter van een gezamenlijke bezwarencommissie en diens plaatsvervanger worden benoemd door de bevoegde gezagsorganen van de betrokken instellingen in overeenstemming met het overkoepelend overlegorgaan, bedoeld in artikel IV-F2, tweede lid, van het rechtspositiebesluit.
4. De voorzitter wijst een lid en een plaatsvervangend lid aan op voordracht van het bevoegd gezag of van de bevoegde gezagsorganen en een lid en een plaatsvervangend lid op voordracht van de centrales van overheids- en onderwijspersoneel.
5. Leden en plaatsvervangend leden die in dienst zijn van de instelling, waarvan het bevoegd gezag advies heeft gevraagd, onthouden zich in voorkomende gevallen van deelname aan de werkzaamheden van de bezwarencommissie.