BWBR0006081
Geldig vanaf 1993-09-08
Artikel 3
Regeling bezwarenprocedure functiewaardering personeel basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, verzorgingsinstellingen en centrale diensten
1. Het bevoegd gezag van de instelling stelt iedere belanghebbende schriftelijk en met redenen omkleed in kennis van de voorgenomen waardering van zijn functie. Daarbij wordt de belanghebbende gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van bedenkingen op de wijze als bedoeld in het derde lid en binnen de daarvoor gestelde termijn.
2. Het bevoegd gezag stelt op verzoek alle noodzakelijke informatie met betrekking tot deze voorgenomen functiewaardering aan de belanghebbende ter beschikking.
3. De belanghebbende kan binnen dertig dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving bij het bevoegd gezag schriftelijk en met redenen omkleed zijn bedenkingen tegen de voorgenomen functiewaardering indienen. Het bevoegd gezag stelt de functiewaardering vast wanneer de belanghebbende binnen deze termijn geen bedenkingen heeft ingediend.
4. Binnen drie maanden na ontvangst van het in het derde lid bedoelde verzoek stelt het bevoegd gezag de functiewaardering al dan niet gewijzigd vast en stelt de belanghebbende hiervan schriftelijk en met redenen omkleed in kennis. Hierbij wordt de belanghebbende tevens gewezen op de mogelijkheid tot het maken van bezwaar als bedoeld in artikel 4.
2. Het bevoegd gezag stelt op verzoek alle noodzakelijke informatie met betrekking tot deze voorgenomen functiewaardering aan de belanghebbende ter beschikking.
3. De belanghebbende kan binnen dertig dagen na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving bij het bevoegd gezag schriftelijk en met redenen omkleed zijn bedenkingen tegen de voorgenomen functiewaardering indienen. Het bevoegd gezag stelt de functiewaardering vast wanneer de belanghebbende binnen deze termijn geen bedenkingen heeft ingediend.
4. Binnen drie maanden na ontvangst van het in het derde lid bedoelde verzoek stelt het bevoegd gezag de functiewaardering al dan niet gewijzigd vast en stelt de belanghebbende hiervan schriftelijk en met redenen omkleed in kennis. Hierbij wordt de belanghebbende tevens gewezen op de mogelijkheid tot het maken van bezwaar als bedoeld in artikel 4.