BWBR0006081
Geldig vanaf 1993-09-08
Artikel 4
Regeling bezwarenprocedure functiewaardering personeel basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, verzorgingsinstellingen en centrale diensten
1. De belanghebbende die niet instemt met de vastgestelde functiewaardering kan binnen zes weken na ontvangst van de in artikel 3, vierde lid, bedoelde kennisgeving, schriftelijk en met redenen omkleed bezwaar maken bij het bevoegd gezag.
2. Indien de belanghebbende bezwaar maakt tegen de vastgestelde functiewaardering, vraagt het bevoegd gezag binnen veertien dagen na ontvangst van het bezwaar advies aan de bezwarencommissie met betrekking tot het bezwaar van de belanghebbende tegen de waardering van zijn functie.
3. De bezwarencommissie toetst de vastgestelde functiewaardering en adviseert het bevoegd gezag.
4. De bezwarencommissie zendt het advies aan het bevoegd gezag met een voor de belanghebbende bestemd, gewaarmerkt afschrift.
5. Het bevoegd gezag neemt na ontvangst van het advies een beslissing en deelt deze beslissing binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de belanghebbende en zendt een afschrift van zijn beslissing aan de bezwarencommissie.
2. Indien de belanghebbende bezwaar maakt tegen de vastgestelde functiewaardering, vraagt het bevoegd gezag binnen veertien dagen na ontvangst van het bezwaar advies aan de bezwarencommissie met betrekking tot het bezwaar van de belanghebbende tegen de waardering van zijn functie.
3. De bezwarencommissie toetst de vastgestelde functiewaardering en adviseert het bevoegd gezag.
4. De bezwarencommissie zendt het advies aan het bevoegd gezag met een voor de belanghebbende bestemd, gewaarmerkt afschrift.
5. Het bevoegd gezag neemt na ontvangst van het advies een beslissing en deelt deze beslissing binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk en met redenen omkleed mee aan de belanghebbende en zendt een afschrift van zijn beslissing aan de bezwarencommissie.