Artikel 1
1. De begripsbepalingen van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel(Stb. 1985, 110) zijn van toepassing.
2. In dit besluit wordt voorts verstaan onder:
a. ‘rechtspositiebesluit’: het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;
b. ‘instelling’: een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, d3, d12 en d16, van het rechtspositiebesluit;
c. ‘belanghebbende’: de belanghebbende, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2, e3, e12 en e16, van het rechtspositiebesluit die niet is benoemd in een normfunctie;
d. ‘bezwarencommissie’: de bezwarencommissie bedoeld in artikel 2 van dit besluit;
2. In dit besluit wordt voorts verstaan onder:
a. ‘rechtspositiebesluit’: het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel;
b. ‘instelling’: een instelling, bedoeld in artikel I-A1, onder d1, d2, d3, d12 en d16, van het rechtspositiebesluit;
c. ‘belanghebbende’: de belanghebbende, bedoeld in artikel I-A1, onder e1, e2, e3, e12 en e16, van het rechtspositiebesluit die niet is benoemd in een normfunctie;
d. ‘bezwarencommissie’: de bezwarencommissie bedoeld in artikel 2 van dit besluit;