BWBR0006038
Geldig vanaf 1993-07-14
Artikel 8
Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie
1. Het salaris van de ambtenaar wordt verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegde gezag zijn functie naar behoren vervult.
2. Het salaris van de ambtenaar kan worden verhoogd tot een in de schaal hoger vermeld bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegde gezag zijn functie zeer goed of uitstekend verricht.
3. Vervult de ambtenaar zijn functie naar het oordeel van het bevoegde gezag niet naar behoren, dan blijft salarisverhoging achterwege.
4. De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend:
a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop zijn verjaardag valt.
5. Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid, onder <em>a</em>, een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
6. Indien de in het vierde lid, onder <em>a</em>, bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 22e verjaardag was aangesteld, wordt, onverlet het in het vijfde lid bepaalde, de salarisverhoging toegekend met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn verjaardag valt.
2. Het salaris van de ambtenaar kan worden verhoogd tot een in de schaal hoger vermeld bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegde gezag zijn functie zeer goed of uitstekend verricht.
3. Vervult de ambtenaar zijn functie naar het oordeel van het bevoegde gezag niet naar behoren, dan blijft salarisverhoging achterwege.
4. De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend:
a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop zijn verjaardag valt.
5. Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid, onder <em>a</em>, een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat.
6. Indien de in het vierde lid, onder <em>a</em>, bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 22e verjaardag was aangesteld, wordt, onverlet het in het vijfde lid bepaalde, de salarisverhoging toegekend met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn verjaardag valt.