BWBR0006038
Geldig vanaf 1993-07-14
Artikel 21a
Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie
1. De ambtenaar, die aanspraak heeft op salaris volgens bijlage Bvan dit besluit respectievelijk de gewezen ambtenaar, die aanspraak had op salaris volgens bijlage Bvan dit besluit en in het genot is van wachtgeld als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008113/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel</a>of uitkering op grond van het <a href="/wet/BWBR0006041" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie</a>, heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,8% van het door hem genoten salaris respectievelijk het door hem genoten wachtgeld of de door hem genoten uitkering na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.
2. Indien op het genoten salaris van de ambtenaar een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>of de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>in mindering is gebracht, wordt voor de toepassing van het eerste lid het genoten salaris in acht genomen, zoals dit zou zijn genoten, indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>of de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>.
3. Indien voor de ambtenaar op grond van <a href="/wet/BWBR0006040/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie</a>het feitelijk genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt hij voor de toepassing van het eerste en tweede lid geacht geen salaris te genieten.
4. De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar en over dat kalenderjaar in de maand december betaald.
5. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag.
2. Indien op het genoten salaris van de ambtenaar een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>of de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>in mindering is gebracht, wordt voor de toepassing van het eerste lid het genoten salaris in acht genomen, zoals dit zou zijn genoten, indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0001888" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ziektewet</a>of de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>.
3. Indien voor de ambtenaar op grond van <a href="/wet/BWBR0006040/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie</a>het feitelijk genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt hij voor de toepassing van het eerste en tweede lid geacht geen salaris te genieten.
4. De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar en over dat kalenderjaar in de maand december betaald.
5. Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag.