BWBR0006023
Geldig vanaf 17-05-1994
Artikel 55
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Geen lid voert het woord dan na het aan de Voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De Voorzitter verleent het woord in de volgorde, waarin het is gevraagd, tenzij de Kamer anders besluit. De leden kunnen zich als spreker op de daartoe bestemde sprekerslijst laten inschrijven zodra de Voorzitter heeft medegedeeld voornemens te zijn het onderwerp aan de orde te stellen, dan wel de Kamer, al dan niet onder voorbehoud, heeft besloten het onderwerp aan de orde te stellen.
2. Indien ministers, personen die zij hebben aangewezen om zich in de vergadering te doen bijstaan, de Gevolmachtigde Ministers of de bijzondere gedelegeerden het woord verlangen, verleent de Voorzitter dit niet dan nadat de spreker die aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.
3. Indien de Voorzitter het woord wil voeren over het onderwerp dat aan de orde is, tenzij dit nodig is voor de uitvoering van de hem opgedragen taak, verlaat hij de voorzittersstoel. Hij neemt die niet weer in zolang het onderwerp aan de orde is.
2. Indien ministers, personen die zij hebben aangewezen om zich in de vergadering te doen bijstaan, de Gevolmachtigde Ministers of de bijzondere gedelegeerden het woord verlangen, verleent de Voorzitter dit niet dan nadat de spreker die aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.
3. Indien de Voorzitter het woord wil voeren over het onderwerp dat aan de orde is, tenzij dit nodig is voor de uitvoering van de hem opgedragen taak, verlaat hij de voorzittersstoel. Hij neemt die niet weer in zolang het onderwerp aan de orde is.
- Citeren als
- Art. 55
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl