BWBR0006023
Geldig vanaf 22-03-2016
Artikel 66
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Een lid dat het woord voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde onderwerp indienen. Zulk een motie moet kort en duidelijk geformuleerd, op schrift gebracht en door de voorsteller ondertekend zijn; zij kan alleen in behandeling komen indien zij door ten minste vier andere leden wordt mede ondertekend of ondersteund.
2. Tenzij de Kamer hiertoe verlof geeft, wordt een motie niet gedurende de eerste termijn ingediend. Indiening in eerste termijn is in elk geval mogelijk, indien de beraadslaging betreft een verslag van een mondeling overleg.
3. De tekst van een motie wordt door de indiener voorgelezen.
4. De behandeling van moties vindt plaats tegelijk met de beraadslaging over het in behandeling zijnde onderwerp, tenzij de Kamer besluit haar later te doen geschieden.
5. De Voorzitter deelt tijdens de beraadslaging over een onderwerp dat aan de orde is mee dat een motie die is gericht aan de regering is overgenomen indien:
a. de minister te kennen geeft zich met de inhoud van de voorgestelde motie te kunnen verenigen; en
b. de Voorzitter zich ervan heeft overtuigd dat geen van de in de vergaderzaal aanwezige leden zich tegen het overnemen van de motie verzet.
6. Een overgenomen motie maakt vanaf het tijdstip van de in het eerste lid bedoelde mededeling geen afzonderlijk onderwerp van de beraadslaging meer uit.
7. Tijdens een notaoverleg of een wetgevingsoverleg kan een motie niet worden overgenomen.
2. Tenzij de Kamer hiertoe verlof geeft, wordt een motie niet gedurende de eerste termijn ingediend. Indiening in eerste termijn is in elk geval mogelijk, indien de beraadslaging betreft een verslag van een mondeling overleg.
3. De tekst van een motie wordt door de indiener voorgelezen.
4. De behandeling van moties vindt plaats tegelijk met de beraadslaging over het in behandeling zijnde onderwerp, tenzij de Kamer besluit haar later te doen geschieden.
5. De Voorzitter deelt tijdens de beraadslaging over een onderwerp dat aan de orde is mee dat een motie die is gericht aan de regering is overgenomen indien:
a. de minister te kennen geeft zich met de inhoud van de voorgestelde motie te kunnen verenigen; en
b. de Voorzitter zich ervan heeft overtuigd dat geen van de in de vergaderzaal aanwezige leden zich tegen het overnemen van de motie verzet.
6. Een overgenomen motie maakt vanaf het tijdstip van de in het eerste lid bedoelde mededeling geen afzonderlijk onderwerp van de beraadslaging meer uit.
7. Tijdens een notaoverleg of een wetgevingsoverleg kan een motie niet worden overgenomen.
- Citeren als
- Art. 66
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl