BWBR0006023
Geldig vanaf 03-10-2000
Artikel 69
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Nadat de beraadslaging is gesloten, gaat de Kamer zo nodig over tot het nemen van een besluit.
2. De stemming over moties kan worden aangehouden; heeft zij niet plaats gevonden in de eerste vergadering twee maanden na het besluit tot aanhouden - recessen niet meegerekend - dan wordt de motie geacht te zijn vervallen. De Kamer kan anders besluiten.
3. Stemming geschiedt door handopsteken.
4. Een stemming kan achterwege blijven indien geen van de leden daarom vraagt. In dat geval stelt de Voorzitter voor het besluit zonder stemming te nemen. Evenwel kunnen in de vergaderzaal aanwezige leden aantekening vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd; in dat geval wordt het besluit geacht met de stemmen van de overige leden te zijn genomen.
2. De stemming over moties kan worden aangehouden; heeft zij niet plaats gevonden in de eerste vergadering twee maanden na het besluit tot aanhouden - recessen niet meegerekend - dan wordt de motie geacht te zijn vervallen. De Kamer kan anders besluiten.
3. Stemming geschiedt door handopsteken.
4. Een stemming kan achterwege blijven indien geen van de leden daarom vraagt. In dat geval stelt de Voorzitter voor het besluit zonder stemming te nemen. Evenwel kunnen in de vergaderzaal aanwezige leden aantekening vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd; in dat geval wordt het besluit geacht met de stemmen van de overige leden te zijn genomen.
- Citeren als
- Art. 69
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl