BWBR0006023
Geldig vanaf 17-04-2014
Artikel 46
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. De Voorzitter roept de vergadering bijeen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt. Voorts roept hij de vergadering binnen een redelijke termijn bijeen als dit door dertig leden schriftelijk, onder opgave van redenen, is verzocht, dan wel indien de regering de wens daartoe, onder opgave van redenen, te kennen geeft.
2. Indien het Presidium algemene richtlijnen heeft vastgesteld voor de dagen en uren waarop de Kamer doorgaans zal bijeenkomen houdt de Voorzitter daarmee zoveel mogelijk rekening.
3. De Kamer kan ook zelf besluiten op welke dag en welk uur zij weer bijeen zal komen, doch de Voorzitter blijft dan vrij in geval van onvoorziene omstandigheden de Kamer tegen een eerder of later tijdstip bijeen te roepen.
4. Voor elke vergadering worden de leden tijdig schriftelijk opgeroepen. Is dit niet mogelijk, dan kan de oproeping op andere wijze plaatsvinden. De oproeping vermeldt de te behandelen onderwerpen.
2. Indien het Presidium algemene richtlijnen heeft vastgesteld voor de dagen en uren waarop de Kamer doorgaans zal bijeenkomen houdt de Voorzitter daarmee zoveel mogelijk rekening.
3. De Kamer kan ook zelf besluiten op welke dag en welk uur zij weer bijeen zal komen, doch de Voorzitter blijft dan vrij in geval van onvoorziene omstandigheden de Kamer tegen een eerder of later tijdstip bijeen te roepen.
4. Voor elke vergadering worden de leden tijdig schriftelijk opgeroepen. Is dit niet mogelijk, dan kan de oproeping op andere wijze plaatsvinden. De oproeping vermeldt de te behandelen onderwerpen.
- Citeren als
- Art. 46
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl