BWBR0006023
Geldig vanaf 01-07-2010
Artikel 145
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
1. Het Presidium kan de Kamer voorstellen om een lid, dat de geheimhouding, bedoeld in de artikelen 143 en 144, niet in acht neemt, voor ten hoogste één maand uit te sluiten van alle vergaderingen van één of meer commissies.
2. Het Presidium kan de Kamer eveneens voorstellen om een lid, als bedoeld in het eerste lid, voor ten hoogste de verdere duur van de zitting uit te sluiten van de kennisneming van vertrouwelijke stukken.
3. Een voorstel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet gedaan dan nadat het Presidium het betrokken lid in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
4. Een voorstel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt in stemming gebracht bij de aanvang van de eerste vergadering na de dag waarop het Presidium tot het doen van het voorstel heeft besloten. Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd.
5. Een besluit van de Kamer ingevolge dit artikel wordt door de Voorzitter onverwijld ter kennis gebracht van het betrokken lid.
2. Het Presidium kan de Kamer eveneens voorstellen om een lid, als bedoeld in het eerste lid, voor ten hoogste de verdere duur van de zitting uit te sluiten van de kennisneming van vertrouwelijke stukken.
3. Een voorstel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet gedaan dan nadat het Presidium het betrokken lid in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord.
4. Een voorstel als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt in stemming gebracht bij de aanvang van de eerste vergadering na de dag waarop het Presidium tot het doen van het voorstel heeft besloten. Over dit voorstel wordt niet beraadslaagd.
5. Een besluit van de Kamer ingevolge dit artikel wordt door de Voorzitter onverwijld ter kennis gebracht van het betrokken lid.
- Citeren als
- Art. 145
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0006023
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl