BWBR0005927
Geldig vanaf 1993-07-01
Artikel 7
Besluit sociaal beleidskader inzake de vorming van agrarische opleidingscentra
1. Onze Minister verleent in de periode waarin bescherming tegen ontslag, bedoeld in de artikelen 2en 3, wordt genoten aan een belanghebbende desgevraagd een wachtgeld, indien als gevolg van zijn ontslag de boventalligheid aan één of meer instellingen aantoonbaar vermindert in een mate die gelijk is aan de omvang van zijn betrekking.
2. Ter zake van dit wachtgeld zijn de artikelen I-H3, I-H4, eerste en tweede lid, en I-H10 van het besluitvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel I-H14, eerste lid, niet van toepassing is op een belanghebbende die de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt.
3. Het verlenen van een wachtgeld als bedoeld in het eerste lid kan op verzoek van de belanghebbende door Onze Minister worden aangemerkt als ontslag in het kader van de afslanking als bedoeld in de Wet bijzondere regelen met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Wet uitkering vrijwillig vervroegd uittreden ( Stb.1989, 478).
4. Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een belanghebbende als bedoeld in het eerste lid die:
a. op de datum van ontslag de VUT-gerechtigde leeftijd uiterlijk op 1 augustus 1993 zal bereiken;
b. ten gevolge van een wijziging ter zake van de VUT-gerechtigde leeftijd die zich voordoet na zijn ontslag, eerst op een datum gelegen na 1 augustus 1993 genoemde leeftijd zal bereiken, met dien verstande dat hem een wachtgeld zal worden toegekend tot de datum waarop door hem de dan geldende VUT-leeftijd zal zijn bereikt.
2. Ter zake van dit wachtgeld zijn de artikelen I-H3, I-H4, eerste en tweede lid, en I-H10 van het besluitvan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat artikel I-H14, eerste lid, niet van toepassing is op een belanghebbende die de leeftijd van 55 jaar heeft bereikt.
3. Het verlenen van een wachtgeld als bedoeld in het eerste lid kan op verzoek van de belanghebbende door Onze Minister worden aangemerkt als ontslag in het kader van de afslanking als bedoeld in de Wet bijzondere regelen met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Wet uitkering vrijwillig vervroegd uittreden ( Stb.1989, 478).
4. Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een belanghebbende als bedoeld in het eerste lid die:
a. op de datum van ontslag de VUT-gerechtigde leeftijd uiterlijk op 1 augustus 1993 zal bereiken;
b. ten gevolge van een wijziging ter zake van de VUT-gerechtigde leeftijd die zich voordoet na zijn ontslag, eerst op een datum gelegen na 1 augustus 1993 genoemde leeftijd zal bereiken, met dien verstande dat hem een wachtgeld zal worden toegekend tot de datum waarop door hem de dan geldende VUT-leeftijd zal zijn bereikt.