BWBR0005927
Geldig vanaf 1993-07-01
Artikel 10
Besluit sociaal beleidskader inzake de vorming van agrarische opleidingscentra
1. Indien de betrekkingsomvang van een belanghebbende op 31 juli 1990 werd uitgedrukt in een normbetrekking dan wel een deel van een normbetrekking van 29 formatie-eenheden, van 40 uur dan wel van 38,4 uur, wordt zijn betrekkingsomvang op 1 augustus 1990 omgerekend naar een normbetrekking van 38 uur dan wel een evenredig deel daarvan.
2. De omrekening van een normbetrekking dan wel een deel van een normbetrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door het aantal eenheden van de betrekking te vermenigvuldigen met 38 en te delen door 29 bij een betrekkingsomvang van 29 formatie-eenheden, door 40 bij een betrekkingsomvang van 40 uur, of door 38,4 bij een betrekkingsomvang van 38,4 uur. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op één cijfer achter de komma.
3. Ten aanzien van een belanghebbende voor wie op grond van artikel B9 van het Besluit overgangsmaatregelen v.o. 1985 ( Stb.1985, 164) één of meer extra tienden van formatie-eenheden voor de berekening van zijn salaris zijn vermeld in zijn akte van benoeming, wordt het bepaalde in het eerste en het tweede lid toegepast voor deze extra tienden van formatie-eenheden.
4. Indien een belanghebbende op 31 juli 1990 verlof geniet of zou gaan genieten op grond van het bepaalde in een van de hoofdstukken I-C, I-Dof I-E van het besluit, wordt de omvang van het verlof omgerekend overeenkomstig het bepaalde in het eerste en het tweede lid.
5. Voor een belanghebbende die op 31 juli of 1 augustus 1990 benoemd was in een normbetrekking van 40 uren of een deel daarvan en die op 31 juli of 1 augustus verlof genoot of zou gaan genieten op grond van het bepaalde in hoofdstuk I-V van het besluit, wordt het aantal verlofeenheden verminderd met 2/40 deel van de voor hem geldende betrekkingsomvang, waarna de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op één cijfer achter de komma en een negatieve uitkomst op nul gesteld wordt.
6. Voor een belanghebbende die op 31 juli of 1 augustus 1990 benoemd was in een normbetrekking van 29 formatie-eenheden of een deel daarvan en die op 31 juli of 1 augustus 1990 verlof genoot of zou gaan genieten op grond van het bepaalde in hoofdstuk I-V van het besluit, wordt het aantal verlofeenheden vermenigvuldigd met 40/29 deel en vervolgens verminderd met 2/29 deel van de voor hem geldende betrekkingsomvang, waarna de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op één cijfer achter de komma en een negatieve uitkomst op nul gesteld wordt.
2. De omrekening van een normbetrekking dan wel een deel van een normbetrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door het aantal eenheden van de betrekking te vermenigvuldigen met 38 en te delen door 29 bij een betrekkingsomvang van 29 formatie-eenheden, door 40 bij een betrekkingsomvang van 40 uur, of door 38,4 bij een betrekkingsomvang van 38,4 uur. De uitkomst wordt rekenkundig afgerond op één cijfer achter de komma.
3. Ten aanzien van een belanghebbende voor wie op grond van artikel B9 van het Besluit overgangsmaatregelen v.o. 1985 ( Stb.1985, 164) één of meer extra tienden van formatie-eenheden voor de berekening van zijn salaris zijn vermeld in zijn akte van benoeming, wordt het bepaalde in het eerste en het tweede lid toegepast voor deze extra tienden van formatie-eenheden.
4. Indien een belanghebbende op 31 juli 1990 verlof geniet of zou gaan genieten op grond van het bepaalde in een van de hoofdstukken I-C, I-Dof I-E van het besluit, wordt de omvang van het verlof omgerekend overeenkomstig het bepaalde in het eerste en het tweede lid.
5. Voor een belanghebbende die op 31 juli of 1 augustus 1990 benoemd was in een normbetrekking van 40 uren of een deel daarvan en die op 31 juli of 1 augustus verlof genoot of zou gaan genieten op grond van het bepaalde in hoofdstuk I-V van het besluit, wordt het aantal verlofeenheden verminderd met 2/40 deel van de voor hem geldende betrekkingsomvang, waarna de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op één cijfer achter de komma en een negatieve uitkomst op nul gesteld wordt.
6. Voor een belanghebbende die op 31 juli of 1 augustus 1990 benoemd was in een normbetrekking van 29 formatie-eenheden of een deel daarvan en die op 31 juli of 1 augustus 1990 verlof genoot of zou gaan genieten op grond van het bepaalde in hoofdstuk I-V van het besluit, wordt het aantal verlofeenheden vermenigvuldigd met 40/29 deel en vervolgens verminderd met 2/29 deel van de voor hem geldende betrekkingsomvang, waarna de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op één cijfer achter de komma en een negatieve uitkomst op nul gesteld wordt.