BWBR0005927
Geldig vanaf 1993-07-01
Artikel 2
Besluit sociaal beleidskader inzake de vorming van agrarische opleidingscentra
1. Een belanghebbende die in vaste dienst is bij een instelling, wordt niet ontslagen voorzover dit ontslag uitsluitend gegrond is op de opheffing van zijn betrekking ten gevolge van de afbouw van faciliteiten of AOC-vorming.
2. Voor een belanghebbende voor wie op grond van artikel I-R109 van het besluitzoals dit luidde vóór de inwerkingtreding van het besluit van 3 juli 1992 ( Stb.389) dan wel op grond van artikel I-P 79 van het besluitde omvang van de betrekking zou zijn verminderd, blijft deze vermindering achterwege voor zover deze vermindering uitsluitend het gevolg is van de afbouw van faciliteiten of AOC-vorming.
3. Op een belanghebbende die als directeur of adjunct-directeur verbonden was aan een instelling die op 1 augustus 1990 of 1 augustus 1991 als gevolg van AOC-vorming is gefuseerd, is het bepaalde in het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hij evenmin wordt ontslagen wegens opheffing van zijn betrekking ten gevolge van de daling van het aantal leerlingen.
4. De belanghebbende, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, geniet bescherming tegen ontslag tot 1 augustus 1993.
5. Het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op de belanghebbende die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5, eerste lid.
2. Voor een belanghebbende voor wie op grond van artikel I-R109 van het besluitzoals dit luidde vóór de inwerkingtreding van het besluit van 3 juli 1992 ( Stb.389) dan wel op grond van artikel I-P 79 van het besluitde omvang van de betrekking zou zijn verminderd, blijft deze vermindering achterwege voor zover deze vermindering uitsluitend het gevolg is van de afbouw van faciliteiten of AOC-vorming.
3. Op een belanghebbende die als directeur of adjunct-directeur verbonden was aan een instelling die op 1 augustus 1990 of 1 augustus 1991 als gevolg van AOC-vorming is gefuseerd, is het bepaalde in het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hij evenmin wordt ontslagen wegens opheffing van zijn betrekking ten gevolge van de daling van het aantal leerlingen.
4. De belanghebbende, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, geniet bescherming tegen ontslag tot 1 augustus 1993.
5. Het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid is niet van toepassing op de belanghebbende die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 5, eerste lid.