BWBR0005911
Geldig vanaf 1993-04-23
Artikel 7
Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie
1. Onder voorbehoud van goedkeuring van de desbetreffende post van Hoofdstuk VII van de rijksbegroting door de Staten-Generaal, stelt Onze Minister voor 1 oktober de jaarlijkse uitkering per regio die aan een gemeente in het volgend kalenderjaar wordt verstrekt, voorlopig vast.
2. De hoogte van de jaarlijkse uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het deel van de geraamde rijksbijdrage dat ingevolge de meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente, zonodig bijgesteld door toepassing van artikel 5, derde of vierde lid, in het desbetreffende kalenderjaar wordt verstrekt.
3. Onze Minister wijzigt de voorlopig vastgestelde jaarlijkse uitkering indien na de voorlopige vaststelling, bedoeld in het eerste lid, een bijstelling als bedoeld in artikel 5, derde of vierde lid, plaatsvindt, een en ander voor zover deze bijstelling betrekking heeft op het lopende kalenderjaar.
4. Onze Minister stelt de jaarlijkse uitkering over het voorafgaande kalenderjaar definitief vast na ontvangst van het financieel verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 10, eerste lid.
2. De hoogte van de jaarlijkse uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door het deel van de geraamde rijksbijdrage dat ingevolge de meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente, zonodig bijgesteld door toepassing van artikel 5, derde of vierde lid, in het desbetreffende kalenderjaar wordt verstrekt.
3. Onze Minister wijzigt de voorlopig vastgestelde jaarlijkse uitkering indien na de voorlopige vaststelling, bedoeld in het eerste lid, een bijstelling als bedoeld in artikel 5, derde of vierde lid, plaatsvindt, een en ander voor zover deze bijstelling betrekking heeft op het lopende kalenderjaar.
4. Onze Minister stelt de jaarlijkse uitkering over het voorafgaande kalenderjaar definitief vast na ontvangst van het financieel verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 10, eerste lid.