BWBR0005911
Geldig vanaf 1993-04-23
Artikel 3
Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie
1. Het regionaal overlegorgaan stelt een regionaal projectplan vast ten behoeve van de feitelijke integratie van de politie.
2. Het regionaal projectplan bevat in elk geval een duidelijke beschrijving van
a. de projectorganisatie,
b. de activiteiten die met het oog op de feitelijke integratie van de politie in de regio worden of zullen worden ondernomen,
c. het beoogde eindresultaat van de feitelijke integratie van de politie, alsmede
d. een meerjarenraming van alle op het moment van vaststelling voorzienbare kosten in verband met de hiervoor genoemde onderwerpen.
3. De burgemeester legt het regionaal projectplan ter goedkeuring voor aan Onze Minister en Onze Minister van Justitie. Indien Onze Minister en Onze Minister van Justitie het regionaal projectplan goedkeuren, deelt Onze Minister dit het regionaal overlegorgaan door tussenkomst van de burgemeester zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen drie maanden na ontvangst van het regionaal projectplan, mede.
4. Onze Minister en Onze Minister van Justitie onthouden hun goedkeuring, indien naar hun oordeel
a. niet is voldaan aan het tweede lid,
b. er geen evenwicht bestaat tussen de meerjarenraming van de kosten, bedoeld in het tweede lid onder d, en de raming van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4, eerste lid, of
c. het beoogde resultaat, bedoeld in het tweede lid, onder c, niet in overeenstemming is met de in artikel 2, eerste lid bedoelde bestemming van de rijksbijdrage.
5. Indien Onze Minister en Onze Minister van Justitie hun goedkeuring onthouden, deelt Onze Minister het regionaal overlegorgaan door tussenkomst van de burgemeester zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen drie maanden na ontvangst van het regionale projectplan, de, grond van onthouding mede.
6. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, regels stellen over de indieningstermijn van het regionale projectplan en nadere regels stellen over de inrichting van het regionale projectplan.
2. Het regionaal projectplan bevat in elk geval een duidelijke beschrijving van
a. de projectorganisatie,
b. de activiteiten die met het oog op de feitelijke integratie van de politie in de regio worden of zullen worden ondernomen,
c. het beoogde eindresultaat van de feitelijke integratie van de politie, alsmede
d. een meerjarenraming van alle op het moment van vaststelling voorzienbare kosten in verband met de hiervoor genoemde onderwerpen.
3. De burgemeester legt het regionaal projectplan ter goedkeuring voor aan Onze Minister en Onze Minister van Justitie. Indien Onze Minister en Onze Minister van Justitie het regionaal projectplan goedkeuren, deelt Onze Minister dit het regionaal overlegorgaan door tussenkomst van de burgemeester zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen drie maanden na ontvangst van het regionaal projectplan, mede.
4. Onze Minister en Onze Minister van Justitie onthouden hun goedkeuring, indien naar hun oordeel
a. niet is voldaan aan het tweede lid,
b. er geen evenwicht bestaat tussen de meerjarenraming van de kosten, bedoeld in het tweede lid onder d, en de raming van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 4, eerste lid, of
c. het beoogde resultaat, bedoeld in het tweede lid, onder c, niet in overeenstemming is met de in artikel 2, eerste lid bedoelde bestemming van de rijksbijdrage.
5. Indien Onze Minister en Onze Minister van Justitie hun goedkeuring onthouden, deelt Onze Minister het regionaal overlegorgaan door tussenkomst van de burgemeester zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen drie maanden na ontvangst van het regionale projectplan, de, grond van onthouding mede.
6. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, regels stellen over de indieningstermijn van het regionale projectplan en nadere regels stellen over de inrichting van het regionale projectplan.