BWBR0005911
Geldig vanaf 1993-04-23
Artikel 4
Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie
1. De rijksbijdrage wordt geraamd op het bedrag als vermeld in de bijlage bij dit besluit.
2. Onze Minister kan de raming van de rijksbijdrage bijstellen
a. in verband met loon- en prijsmutaties die tot wijzigingen in de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbij behorende meerjarenraming hebben geleid;
b. in verband met overige wijzigingen in de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbij behorende meerjarenraming.
3. Een bijstelling als bedoeld in het tweede lid, onder <em>b</em>, vindt plaats in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, de raming van de rijksbijdrage bijstellen indien naar zijn oordeel uit het regionale projectplan, dan wel uit het financieel verantwoordingsverslag of de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 10, eerste onderscheidenlijk tweede lid, blijkt dat
a. in de regio kosten worden gemaakt die in andere regio's niet of nauwelijks worden gemaakt, voorzover desbetreffende kosten naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister van Justitie noodzakelijk zijn voor de feitelijke integratie van de politie, of
b. de in het regionale projectplan omschreven activiteiten of het beoogde eindresultaat niet of onvoldoende worden gerealiseerd, dan wel eerder worden gerealiseerd dan in het regionale projectplan is aangegeven.
2. Onze Minister kan de raming van de rijksbijdrage bijstellen
a. in verband met loon- en prijsmutaties die tot wijzigingen in de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbij behorende meerjarenraming hebben geleid;
b. in verband met overige wijzigingen in de desbetreffende post uit Hoofdstuk VII van de rijksbegroting en de daarbij behorende meerjarenraming.
3. Een bijstelling als bedoeld in het tweede lid, onder <em>b</em>, vindt plaats in overeenstemming met Onze Minister van Justitie.
4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, de raming van de rijksbijdrage bijstellen indien naar zijn oordeel uit het regionale projectplan, dan wel uit het financieel verantwoordingsverslag of de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 10, eerste onderscheidenlijk tweede lid, blijkt dat
a. in de regio kosten worden gemaakt die in andere regio's niet of nauwelijks worden gemaakt, voorzover desbetreffende kosten naar het oordeel van Onze Minister en Onze Minister van Justitie noodzakelijk zijn voor de feitelijke integratie van de politie, of
b. de in het regionale projectplan omschreven activiteiten of het beoogde eindresultaat niet of onvoldoende worden gerealiseerd, dan wel eerder worden gerealiseerd dan in het regionale projectplan is aangegeven.