BWBR0005911
Geldig vanaf 1993-04-23
Artikel 5
Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie
1. Zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit stelt Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie voor de jaren 1991 tot en met 1996 een meerjarenraming vast van de uitkeringen aan de gemeente, waarin per kalenderjaar wordt aangegeven het deel van de geraamde rijksbijdrage dat in het desbetreffende kalenderjaar aan de gemeente zal worden verstrekt.
2. Bij het vaststellen van de meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de meerjarenraming van de kosten in het goedgekeurde regionale projectplan.
3. Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Justitie, de meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente binnen de grenzen van de raming van de rijksbijdrage bijstellen, indien naar het oordeel van Onze Minister uit het financieel verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 10, tweede lid, dan wel uit een verzoek van de burgemeester tot bijstelling van de meerjarenraming, blijkt dat zich bij de kosten voor de feitelijke integratie van de politie ontwikkelingen voordoen die daartoe aanleiding geven.
4. Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Justitie, de meerjarenraming bij voor zover bijstelling op grond van artikel 4daartoe aanleiding geeft.
2. Bij het vaststellen van de meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de meerjarenraming van de kosten in het goedgekeurde regionale projectplan.
3. Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Justitie, de meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente binnen de grenzen van de raming van de rijksbijdrage bijstellen, indien naar het oordeel van Onze Minister uit het financieel verantwoordingsverslag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 10, tweede lid, dan wel uit een verzoek van de burgemeester tot bijstelling van de meerjarenraming, blijkt dat zich bij de kosten voor de feitelijke integratie van de politie ontwikkelingen voordoen die daartoe aanleiding geven.
4. Onze Minister stelt, na overleg met Onze Minister van Justitie, de meerjarenraming bij voor zover bijstelling op grond van artikel 4daartoe aanleiding geeft.