BWBR0005858
Geldig vanaf 2012-07-12
Artikel 6a
Stortbesluit bodembescherming
1. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting om:
a. vanaf het tijdstip van opbouw van de stortplaats voorzieningen te treffen en toe te passen om het uit de stortplaats vrijkomende stortgas op te vangen en te verwerken;
b. dit stortgas hetzij te benutten binnen of buiten de inrichting, hetzij af te fakkelen;
c. de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot in beginsel maandelijks te meten.
2. Indien het stortgas wordt afgefakkeld, wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden dat de fakkelinstallatie voldoet aan de volgende eisen:
a. de uittreedtemperatuur bedraagt ten minste 900° C;
b. de verblijftijd van de verbrandingsgassen in de fakkel bedraagt ten minste 0,3 seconden;
c. de fakkel behoort tot het gesloten type.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een fakkelinstallatie die uitsluitend in gebruik is tijdens onderhoudsbeurten en storingen van de in het eerste lid bedoelde voorzieningen.
4. Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing indien de vergunninghouder aan de hand van de samenstelling van de massa van het stortpakket genoegzaam kan aantonen dat het milieurendement van voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, gering is.
5. Onze Minister kan regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag aan de vergunning in die regels aangegeven voorschriften te verbinden met betrekking tot inhoud, frequentie en plaats van de in het eerste lid, onder c, bedoelde metingen.
a. vanaf het tijdstip van opbouw van de stortplaats voorzieningen te treffen en toe te passen om het uit de stortplaats vrijkomende stortgas op te vangen en te verwerken;
b. dit stortgas hetzij te benutten binnen of buiten de inrichting, hetzij af te fakkelen;
c. de samenstelling en de atmosferische druk van de gasuitstoot in beginsel maandelijks te meten.
2. Indien het stortgas wordt afgefakkeld, wordt aan de vergunning het voorschrift verbonden dat de fakkelinstallatie voldoet aan de volgende eisen:
a. de uittreedtemperatuur bedraagt ten minste 900° C;
b. de verblijftijd van de verbrandingsgassen in de fakkel bedraagt ten minste 0,3 seconden;
c. de fakkel behoort tot het gesloten type.
3. Het tweede lid is niet van toepassing op een fakkelinstallatie die uitsluitend in gebruik is tijdens onderhoudsbeurten en storingen van de in het eerste lid bedoelde voorzieningen.
4. Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing indien de vergunninghouder aan de hand van de samenstelling van de massa van het stortpakket genoegzaam kan aantonen dat het milieurendement van voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, gering is.
5. Onze Minister kan regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag aan de vergunning in die regels aangegeven voorschriften te verbinden met betrekking tot inhoud, frequentie en plaats van de in het eerste lid, onder c, bedoelde metingen.