BWBR0005858
Geldig vanaf 2012-07-12
Artikel 17b
Stortbesluit bodembescherming
1. Er vindt een experiment duurzaam stortbeheer plaats.
2. Het experiment wordt uitgevoerd op de volgende pilotstortplaatsen:
a. Kragge II te Bergen op Zoom;
b. Wieringermeer te Middenmeer;
c. Braambergen te Almere.
3. Bij ministeriële regeling worden de grenzen van de cellen van pilotstortplaatsen weergegeven waarbinnen het experiment plaatsvindt.
4. Het experiment heeft tot doel ter voorbereiding van de eventuele invoering van duurzaam stortbeheer, in aanvulling op andere vormen van stortbeheer, te onderzoeken of met betrekking tot de pilotstortplaatsen een substantiële vermindering van het emissiepotentieel en beperking van de nazorg kan worden bereikt.
5. Het experiment houdt in dat op de pilotstortplaatsen het afvalpakket wordt gestabiliseerd door het stimuleren van natuurlijke processen onder invloed van infiltratie van water of beluchting van het afvalpakket, waardoor in het afvalpakket aanwezige organische stoffen worden afgebroken en anorganische stoffen worden vastgelegd.
6. Het experiment is gericht op het verkrijgen van informatie over:
a. de mate van vermindering van het emissiepotentieel van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
b. de mate van beperking van de nazorg na sluiting van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
c. de methode waarmee het emissiepotentieel van de stortplaats betrouwbaar kan worden vastgesteld;
d. een passende eindafwerking van de stortplaats in geval van toepassing van duurzaam stortbeheer.
7. Degene die een pilotstortplaats drijft, voert zijn aandeel in het experiment uit overeenkomstig een plan van aanpak dat hij voor die stortplaats met het bevoegd gezag is overeengekomen.
2. Het experiment wordt uitgevoerd op de volgende pilotstortplaatsen:
a. Kragge II te Bergen op Zoom;
b. Wieringermeer te Middenmeer;
c. Braambergen te Almere.
3. Bij ministeriële regeling worden de grenzen van de cellen van pilotstortplaatsen weergegeven waarbinnen het experiment plaatsvindt.
4. Het experiment heeft tot doel ter voorbereiding van de eventuele invoering van duurzaam stortbeheer, in aanvulling op andere vormen van stortbeheer, te onderzoeken of met betrekking tot de pilotstortplaatsen een substantiële vermindering van het emissiepotentieel en beperking van de nazorg kan worden bereikt.
5. Het experiment houdt in dat op de pilotstortplaatsen het afvalpakket wordt gestabiliseerd door het stimuleren van natuurlijke processen onder invloed van infiltratie van water of beluchting van het afvalpakket, waardoor in het afvalpakket aanwezige organische stoffen worden afgebroken en anorganische stoffen worden vastgelegd.
6. Het experiment is gericht op het verkrijgen van informatie over:
a. de mate van vermindering van het emissiepotentieel van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
b. de mate van beperking van de nazorg na sluiting van de stortplaats, die met duurzaam stortbeheer wordt bereikt;
c. de methode waarmee het emissiepotentieel van de stortplaats betrouwbaar kan worden vastgesteld;
d. een passende eindafwerking van de stortplaats in geval van toepassing van duurzaam stortbeheer.
7. Degene die een pilotstortplaats drijft, voert zijn aandeel in het experiment uit overeenkomstig een plan van aanpak dat hij voor die stortplaats met het bevoegd gezag is overeengekomen.