BWBR0005858
Geldig vanaf 2012-07-12
Artikel 12
Stortbesluit bodembescherming
1. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat voor het nakomen van de voorschriften met betrekking tot een bovenafdichting als bedoeld in artikel 4, vierde lid, financiële zekerheid wordt gesteld totdat de in artikel 10, eerste lid, onder b, bedoelde keuring heeft plaatsgevonden.
2. Indien een gemeente-, een provinciebestuur dan wel het Rijk vergunninghouder is, kan in afwijking van het eerste lid in plaats van het stellen van financiële zekerheid een daaraan gelijkwaardige voorziening worden getroffen.
3. Het bevoegd gezag stelt in de voorschriften die ingevolge het eerste lid aan de vergunning worden verbonden, het bedrag vast, waarvoor zekerheid wordt gesteld. Het bedrag wordt niet hoger vastgesteld dan overeenkomt met een bedrag van € 2,27 per ton gestorte afvalstoffen.
4. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting, dat de vergunninghouder het bevoegd gezag:
a. schriftelijk bewijs van de financiële zekerheid onderscheidenlijk van de gelijkwaardige voorziening overlegt alvorens voor de eerste keer wordt gestort, dan wel schriftelijk bewijs overlegt na overdracht van de inrichting;
b. ten minste twee maanden vóór een overdracht van de inrichting aan een ander plaatsvindt, de voorgenomen overdracht meldt.
2. Indien een gemeente-, een provinciebestuur dan wel het Rijk vergunninghouder is, kan in afwijking van het eerste lid in plaats van het stellen van financiële zekerheid een daaraan gelijkwaardige voorziening worden getroffen.
3. Het bevoegd gezag stelt in de voorschriften die ingevolge het eerste lid aan de vergunning worden verbonden, het bedrag vast, waarvoor zekerheid wordt gesteld. Het bedrag wordt niet hoger vastgesteld dan overeenkomt met een bedrag van € 2,27 per ton gestorte afvalstoffen.
4. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting, dat de vergunninghouder het bevoegd gezag:
a. schriftelijk bewijs van de financiële zekerheid onderscheidenlijk van de gelijkwaardige voorziening overlegt alvorens voor de eerste keer wordt gestort, dan wel schriftelijk bewijs overlegt na overdracht van de inrichting;
b. ten minste twee maanden vóór een overdracht van de inrichting aan een ander plaatsvindt, de voorgenomen overdracht meldt.