BWBR0005858
Geldig vanaf 2012-07-12
Artikel 10
Stortbesluit bodembescherming
1. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:
a. alvorens voor de eerste keer wordt gestort en voorts telkens na verloop van twee jaar, in opdracht van de vergunninghouder door een ter zake kundige: 1°. wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften die ingevolge artikel 3 aan de vergunning zijn verbonden,
2°. de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, worden gekeurd, alsmede
3°. onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
1°. wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften die ingevolge artikel 3 aan de vergunning zijn verbonden,
2°. de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, worden gekeurd, alsmede
3°. onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
b. onmiddellijk nadat een bovenafdichting als bedoeld in artikel 4, vierde lid, is aangebracht, in opdracht van de vergunninghouder door een ter zake kundige een keuring wordt verricht van de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, alsmede een onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
c. de resultaten van de keuring en het onderzoek zodanig op schrift worden gesteld dat een duidelijk inzicht wordt gegeven in de beheersbaarheid van de situatie;
d. de resultaten van de keuring en het onderzoek zo spoedig mogelijk nadat de keuring en het onderzoek hebben plaatsgevonden, in afschrift worden toegezonden aan het bevoegd gezag;
e. de op schrift gestelde resultaten van de keuring en het onderzoek worden bewaard.
2. Onze Minister kan met betrekking tot de keuring en het onderzoek nadere regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag aan de vergunning de voorschriften te verbinden, waarvan de inhoud in die regels is aangegeven.
a. alvorens voor de eerste keer wordt gestort en voorts telkens na verloop van twee jaar, in opdracht van de vergunninghouder door een ter zake kundige: 1°. wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften die ingevolge artikel 3 aan de vergunning zijn verbonden,
2°. de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, worden gekeurd, alsmede
3°. onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
1°. wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften die ingevolge artikel 3 aan de vergunning zijn verbonden,
2°. de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, worden gekeurd, alsmede
3°. onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
b. onmiddellijk nadat een bovenafdichting als bedoeld in artikel 4, vierde lid, is aangebracht, in opdracht van de vergunninghouder door een ter zake kundige een keuring wordt verricht van de voorzieningen die ingevolge de in het belang van de bescherming van de bodem aan de vergunning verbonden voorschriften op de stortplaats zijn getroffen, alsmede een onderzoek wordt gedaan met betrekking tot de hoedanigheden van de bodem onder de stortplaats;
c. de resultaten van de keuring en het onderzoek zodanig op schrift worden gesteld dat een duidelijk inzicht wordt gegeven in de beheersbaarheid van de situatie;
d. de resultaten van de keuring en het onderzoek zo spoedig mogelijk nadat de keuring en het onderzoek hebben plaatsgevonden, in afschrift worden toegezonden aan het bevoegd gezag;
e. de op schrift gestelde resultaten van de keuring en het onderzoek worden bewaard.
2. Onze Minister kan met betrekking tot de keuring en het onderzoek nadere regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag aan de vergunning de voorschriften te verbinden, waarvan de inhoud in die regels is aangegeven.