BWBR0005818
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 8
Tarievenregeling
1. De tarieven met betrekking tot afgifte Vergunning tot Vluchtuitvoering, de wijziging van een vergunning en de verlenging van de termijn van geldigheid, voor zover het buitenlandse vliegtuigen betreft, welke krachtens de vergunning worden of mogen worden gebruikt, worden als volgt bepaald:
a. het verschuldigde bedrag is gelijk aan het tarief als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b, bepaald voor maximaal toegelaten totaalmassa van het betrokken buitenlandse vliegtuig;
b. het onder a bedoelde tarief is jaarlijks verschuldigd voor elk buitenlands vliegtuig dat op 1 januari van het jaar krachtens de vergunning tot vluchtuitvoering wordt of mag worden gebruikt.
2. a. Een verklaring voor buitenlandse luchtvaartuigen die in Nederland worden gebruikt voor het valschermspringen f 100;
b. een verklaring voor buitenlandse luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit voor het slepen van luchtvaartuigen, sleepnetten of andere voorwerpen f 100.
3. Indien, in verband met de in artikel 5en artikel 7, eerste lidgenoemde verrichtingen ingevolge de aanvrage het daarbij betrokken Rijkspersoneel in het buitenland werkzaam moet zijn, komen de reis- en verblijfkosten in het buitenland van dit Rijkspersoneel ten laste van vorenbedoelde aanvrager. Bij het vaststellen van de reis- en verblijfkosten moeten ten minste de bepalingen van het Reisbesluit 1971 in acht worden genomen.
4. Indien naar het oordeel van de Directeur-Generaal bij een onderzoek is gebleken dat een aanvraag tot het verrichten van een in het eerste lid genoemde handeling door schuld van de aanvrager van zodanige handeling niet kan worden ingewilligd, vervalt de aanvraag en worden daarvoor betaalde gelden niet terugbetaald.
a. het verschuldigde bedrag is gelijk aan het tarief als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b, bepaald voor maximaal toegelaten totaalmassa van het betrokken buitenlandse vliegtuig;
b. het onder a bedoelde tarief is jaarlijks verschuldigd voor elk buitenlands vliegtuig dat op 1 januari van het jaar krachtens de vergunning tot vluchtuitvoering wordt of mag worden gebruikt.
2. a. Een verklaring voor buitenlandse luchtvaartuigen die in Nederland worden gebruikt voor het valschermspringen f 100;
b. een verklaring voor buitenlandse luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit voor het slepen van luchtvaartuigen, sleepnetten of andere voorwerpen f 100.
3. Indien, in verband met de in artikel 5en artikel 7, eerste lidgenoemde verrichtingen ingevolge de aanvrage het daarbij betrokken Rijkspersoneel in het buitenland werkzaam moet zijn, komen de reis- en verblijfkosten in het buitenland van dit Rijkspersoneel ten laste van vorenbedoelde aanvrager. Bij het vaststellen van de reis- en verblijfkosten moeten ten minste de bepalingen van het Reisbesluit 1971 in acht worden genomen.
4. Indien naar het oordeel van de Directeur-Generaal bij een onderzoek is gebleken dat een aanvraag tot het verrichten van een in het eerste lid genoemde handeling door schuld van de aanvrager van zodanige handeling niet kan worden ingewilligd, vervalt de aanvraag en worden daarvoor betaalde gelden niet terugbetaald.