BWBR0005818
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 10
Tarievenregeling
1. De tarieven voor de hierna genoemde verrichtingen bedragen voor:
a. het onderzoek benodigd voor de afgifte van een type-certificaat voor een luchtvaartuig met een maximaal toegelaten totaalmassa van 2730 kg, of minder, f 3410;
b. het onderzoek benodigd voor de afgifte van een type-certificaat dan wel een aanvulling daarop, voor een luchtvaartuig met een maximaal toegelaten totaalmassa van meer dan 2730 kgm. f 170 per uur besteed door Rijkspersoneel aan het onderzoek, met een minimum van f 3410;
c. het onderzoek benodigd voor de goedkeuring van een type-wijziging aan een luchtvaartuig met een maximaal toegelaten totaalmassa van meer dan 2730 kgm, f 170 per uur besteed door Rijkspersoneel aan het onderzoek;
d. het onderzoek benodigd voor de goedkeuring van in Nederland ontwikkelde of vervaardigde onderdelen en uitrustingsstukken, die bedoeld zijn voor gebruik in een luchtvaartuig met een totaal toegelaten totaalmassa van meer dan 2730 kgm, f 170 per uur besteed door Rijkspersoneel aan het onderzoek.
2. Indien voor een in dit artikel genoemd onderzoek het daarbij betrokken Rijkspersoneel in het buitenland werkzaam moet zijn, komen hun reis- en verblijfkosten in het buitenland ten laste van de aanvrager. Bij het vaststellen van de reis- en verblijfkosten moeten ten minste de bepalingen van het Reisbesluit 1971 in acht worden genomen.
3. Indien naar het oordeel van de Directeur-Generaal, bij een onderzoek is gebleken dat een aanvraag tot de afgifte van een type-certificaat, een aanvulling daarop dan wel een goedkeuring van een type-wijziging door de schuld van de aanvrager niet kan worden ingewilligd, vervalt de aanvraag. De kosten tot dat moment, zoals bedoeld in lid 1, blijven voor rekening van de aanvrager en zullen niet worden terugbetaald.
4. a. Het tarief zoals bedoeld in het eerste lid onder a dient gelijktijdig met het indienen van de aanvraag betaald te worden.
b. De kosten zoals bedoeld in het eerste lid onder b en c worden achteraf per kwartaal in rekening gebracht. De kosten worden vastgesteld door vermenigvuldiging van het genoemde tarief met het aantal werkelijk bestede uren. De kosten zoals bedoeld in het eerste lid onder b bedragen minimaal f 3410. Na de beëindiging van het onderzoek vindt de eindverrekening plaats.
c. In afwijking van het gestelde in het vorige lid kan in bijzondere gevallen de Directeur-Generaal een andere regeling voor de betaling toestaan.
a. het onderzoek benodigd voor de afgifte van een type-certificaat voor een luchtvaartuig met een maximaal toegelaten totaalmassa van 2730 kg, of minder, f 3410;
b. het onderzoek benodigd voor de afgifte van een type-certificaat dan wel een aanvulling daarop, voor een luchtvaartuig met een maximaal toegelaten totaalmassa van meer dan 2730 kgm. f 170 per uur besteed door Rijkspersoneel aan het onderzoek, met een minimum van f 3410;
c. het onderzoek benodigd voor de goedkeuring van een type-wijziging aan een luchtvaartuig met een maximaal toegelaten totaalmassa van meer dan 2730 kgm, f 170 per uur besteed door Rijkspersoneel aan het onderzoek;
d. het onderzoek benodigd voor de goedkeuring van in Nederland ontwikkelde of vervaardigde onderdelen en uitrustingsstukken, die bedoeld zijn voor gebruik in een luchtvaartuig met een totaal toegelaten totaalmassa van meer dan 2730 kgm, f 170 per uur besteed door Rijkspersoneel aan het onderzoek.
2. Indien voor een in dit artikel genoemd onderzoek het daarbij betrokken Rijkspersoneel in het buitenland werkzaam moet zijn, komen hun reis- en verblijfkosten in het buitenland ten laste van de aanvrager. Bij het vaststellen van de reis- en verblijfkosten moeten ten minste de bepalingen van het Reisbesluit 1971 in acht worden genomen.
3. Indien naar het oordeel van de Directeur-Generaal, bij een onderzoek is gebleken dat een aanvraag tot de afgifte van een type-certificaat, een aanvulling daarop dan wel een goedkeuring van een type-wijziging door de schuld van de aanvrager niet kan worden ingewilligd, vervalt de aanvraag. De kosten tot dat moment, zoals bedoeld in lid 1, blijven voor rekening van de aanvrager en zullen niet worden terugbetaald.
4. a. Het tarief zoals bedoeld in het eerste lid onder a dient gelijktijdig met het indienen van de aanvraag betaald te worden.
b. De kosten zoals bedoeld in het eerste lid onder b en c worden achteraf per kwartaal in rekening gebracht. De kosten worden vastgesteld door vermenigvuldiging van het genoemde tarief met het aantal werkelijk bestede uren. De kosten zoals bedoeld in het eerste lid onder b bedragen minimaal f 3410. Na de beëindiging van het onderzoek vindt de eindverrekening plaats.
c. In afwijking van het gestelde in het vorige lid kan in bijzondere gevallen de Directeur-Generaal een andere regeling voor de betaling toestaan.