BWBR0005818
Geldig vanaf 1993-01-01
Artikel 4
Tarievenregeling
1. Indien in verband met het overheidstoezicht op de bouw van een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 87 van de Regeling Toezicht Luchtvaarten/of op het onderhoud, de revisie of herstelling van een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 88 van de Regeling Toezicht Luchtvaart, het daarbij betrokken Rijkspersoneel in het buitenland werkzaam moet zijn, komen de reis- en verblijfkosten van het Rijkspersoneel ten laste van de aanvrager van het bewijs van luchtwaardigheid onderscheidenlijk de eigenaar of houder van het luchtvaartuig. Bij het vaststellen van de reis- en verblijfkosten moeten ten minste de bepalingen van het Reisbesluit 1971 in acht worden genomen.
2. Het tarief voor de ontheffing van de regelingen op basis van artikel 97, tweede lid, in samenhang met artikel 102b van de Regeling Toezicht Luchtvaartom gevaarlijke stoffen te vervoeren of te doen vervoeren, bedraagt f 100.
3. Indien in verband met de beoordeling van een aanvraag voor afgifte, wijziging of verlenging van de termijn van geldigheid van en vergunning tot vluchtuitvoering als bedoeld in artikel 104 van de Regeling Toezicht Luchtvaart, dan wel een onderzoek naar aanleiding van een schorsing van een zodanige vergunning, het daarbij betrokken Rijkspersoneel in het buitenland werkzaam moet zijn, komen de reis- en verblijfkosten van het Rijkspersoneel ten laste van de aanvrager onderscheidenlijk de houder van de vergunning.
Bij het vaststellen van de reis- en verblijfkosten moeten tenminste de bepalingen van het Reisbesluit 1971 in acht worden genomen.
2. Het tarief voor de ontheffing van de regelingen op basis van artikel 97, tweede lid, in samenhang met artikel 102b van de Regeling Toezicht Luchtvaartom gevaarlijke stoffen te vervoeren of te doen vervoeren, bedraagt f 100.
3. Indien in verband met de beoordeling van een aanvraag voor afgifte, wijziging of verlenging van de termijn van geldigheid van en vergunning tot vluchtuitvoering als bedoeld in artikel 104 van de Regeling Toezicht Luchtvaart, dan wel een onderzoek naar aanleiding van een schorsing van een zodanige vergunning, het daarbij betrokken Rijkspersoneel in het buitenland werkzaam moet zijn, komen de reis- en verblijfkosten van het Rijkspersoneel ten laste van de aanvrager onderscheidenlijk de houder van de vergunning.
Bij het vaststellen van de reis- en verblijfkosten moeten tenminste de bepalingen van het Reisbesluit 1971 in acht worden genomen.