BWBR0005674
Geldig vanaf 1999-03-01
Artikel 74
Huisvestingswet
1. Gedurende twee maanden na verzending van een uitspraak van de huurcommissie als bedoeld in artikel 72, eerste lid, kunnen de gebruiker en burgemeester en wethouders de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de woonruimte is gelegen, schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken de gebruiksvergoeding vast te stellen. Indien het verzoek niet met redenen is omkleed, stelt de kantonrechter de verzoeker in de gelegenheid het verzuim binnen een door hem te bepalen termijn te herstellen.
2. Een afschrift van de uitspraak van de huurcommissie, bedoeld in het eerste lid, wordt bij het verzoek gevoegd.
3. De kantonrechter beschikt op het verzoek met inachtneming van het bepaalde in artikel 51, tweede lid.
4. De beschikking wordt in het openbaar uitgesproken. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de huurcommissie.
5. Tegen deze beschikking staat hoger beroep noch beroep in cassatie open, met uitzondering van cassatie in het belang van de wet.
6. Artikel 73, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de door de kantonrechter vastgestelde gebruiksvergoeding.
2. Een afschrift van de uitspraak van de huurcommissie, bedoeld in het eerste lid, wordt bij het verzoek gevoegd.
3. De kantonrechter beschikt op het verzoek met inachtneming van het bepaalde in artikel 51, tweede lid.
4. De beschikking wordt in het openbaar uitgesproken. De griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de huurcommissie.
5. Tegen deze beschikking staat hoger beroep noch beroep in cassatie open, met uitzondering van cassatie in het belang van de wet.
6. Artikel 73, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de door de kantonrechter vastgestelde gebruiksvergoeding.