BWBR0005674
Geldig vanaf 01-07-1993
Artikel 60
Huisvestingswet
1. Ingeval de vordering wordt beëindigd met toepassing van artikel 55, eerste lid, onder a, of tweede lid, is de eigenaar gehouden aan de gemeente de kosten te vergoeden van de overeenkomstig artikel 46 uitgevoerde voorzieningen, voor zover daarin niet reeds door afschrijving of op andere wijze is voorzien.
2. Ingeval de vordering is geëindigd ingevolge het bepaalde in artikel 58 en voordien niet een nieuw besluit tot vordering als bedoeld in artikel 40 onherroepelijk is geworden, dan wel ingeval de vordering wordt beëindigd met toepassing van artikel 55, eerste lid, onder b, is de gemeente gehouden op verzoek van de eigenaar aan deze de kosten te vergoeden die hij redelijkerwijs moest maken met het oog op het herstel in de oude toestand en die hij ook daadwerkelijk heeft gemaakt.
2. Ingeval de vordering is geëindigd ingevolge het bepaalde in artikel 58 en voordien niet een nieuw besluit tot vordering als bedoeld in artikel 40 onherroepelijk is geworden, dan wel ingeval de vordering wordt beëindigd met toepassing van artikel 55, eerste lid, onder b, is de gemeente gehouden op verzoek van de eigenaar aan deze de kosten te vergoeden die hij redelijkerwijs moest maken met het oog op het herstel in de oude toestand en die hij ook daadwerkelijk heeft gemaakt.
- Wet
- Huisvestingswet
- Citeren als
- Art. 60
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0005674
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl