BWBR0005674
Geldig vanaf 1999-03-01
Artikel 28
Huisvestingswet
1. Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
a. de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
2. Burgemeesters en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning voorts intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>.
3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.
a. de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
2. Burgemeesters en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning voorts intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>.
3. Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur</a>, om een advies als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0013798/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9 van die wet</a>worden gevraagd.