BWBR0005674
Geldig vanaf 1999-03-01
Artikel 3
Huisvestingswet
1. Bij de voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een huisvestingsverordening plegen burgemeester en wethouders overleg met de in de gemeente werkzame, ingevolge artikel 70, eerste lid, of artikel 70j, eerste lid, van de Woningwet( Stb.1991, 439) toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de woonruimteverdeling werkzaam zijn.
2. Burgemeester en wethouders zenden een besluit tot vaststelling of wijziging van een huisvestingsverordening toe aan gedeputeerde staten. Zij zenden een afschrift van een zodanig besluit toe aan de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid treedt het dagelijks bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingenvoor de toepassing van die leden in de plaats van burgemeester en wethouders.
2. Burgemeester en wethouders zenden een besluit tot vaststelling of wijziging van een huisvestingsverordening toe aan gedeputeerde staten. Zij zenden een afschrift van een zodanig besluit toe aan de inspecteur, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid treedt het dagelijks bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingenvoor de toepassing van die leden in de plaats van burgemeester en wethouders.