BWBR0005673
Geldig vanaf 1992-11-06
Artikel 17
Regeling sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel
1. De plaatsingsadviescommissie beziet allereerst of aan de ambtenaar een passende vaste functie kan worden aangeboden waaraan hetzelfde bezoldigingsniveau is verbonden als dat aan zijn oorspronkelijke functie, dan wel een functie die qua aard en niveau van werkzaamheden gelijk is aan de oorspronkelijke functie.
2. Indien de toepassing van het eerste lid niet tot een bevredigende uitkomst leidt beziet de plaatsingsadviescommissie of aan de ambtenaar een passende vaste functie kan worden aangeboden, waaraan een hoger niveau is verbonden als dat aan zijn oorspronkelijke functie.
3. Indien de plaatsingsadviescommissie na onderzoek tot de slotsom komt dat een functie als bedoeld in het eerste of het tweede lid niet beschikbaar is dan wel geacht moet worden niet passend te zijn voor de betrokken ambtenaar, onderzoekt de plaatsingsadviescommissie of aan de ambtenaar een passende vaste functie kan worden aangeboden waaraan een lager niveau is verbonden als dat aan zijn oorspronkelijke functie.
4. Indien de toepassing van het eerste, tweede en derde lid tot een positieve conclusie leidt, adviseert de plaatsingsadviescommissie het bevoegd gezag met redenen omkleed de betrokken ambtenaar de desbetreffende functie aan te bieden.
5. Indien de plaatsingsadviescommissie tot de slotsom komt dat geen passende vaste functie kan worden aangeboden, adviseert de plaatsingsadviescommissie het bevoegd gezag de ambtenaar in aanmerking te brengen voor plaatsing in een tijdelijke functie, zo mogelijk op gelijk niveau.
6. De plaatsingsadviescommissie zendt haar advies inzake de plaatsing van ambtenaren aan het bevoegd gezag. Het advies bevat een overzicht van de vaste en tijdelijke functies binnen de politieregio en vermeldt de bevindingen van de plaatsingsadviescommissie met betrekking tot de plaatsingsmogelijkheden van met name genoemde ambtenaren.
Tevens wordt in het advies aangegeven voor welke ambtenaren als gevolg van de reorganisatie om-, her- of bijscholing wordt aanbevolen en welke scholing dit betreft.
2. Indien de toepassing van het eerste lid niet tot een bevredigende uitkomst leidt beziet de plaatsingsadviescommissie of aan de ambtenaar een passende vaste functie kan worden aangeboden, waaraan een hoger niveau is verbonden als dat aan zijn oorspronkelijke functie.
3. Indien de plaatsingsadviescommissie na onderzoek tot de slotsom komt dat een functie als bedoeld in het eerste of het tweede lid niet beschikbaar is dan wel geacht moet worden niet passend te zijn voor de betrokken ambtenaar, onderzoekt de plaatsingsadviescommissie of aan de ambtenaar een passende vaste functie kan worden aangeboden waaraan een lager niveau is verbonden als dat aan zijn oorspronkelijke functie.
4. Indien de toepassing van het eerste, tweede en derde lid tot een positieve conclusie leidt, adviseert de plaatsingsadviescommissie het bevoegd gezag met redenen omkleed de betrokken ambtenaar de desbetreffende functie aan te bieden.
5. Indien de plaatsingsadviescommissie tot de slotsom komt dat geen passende vaste functie kan worden aangeboden, adviseert de plaatsingsadviescommissie het bevoegd gezag de ambtenaar in aanmerking te brengen voor plaatsing in een tijdelijke functie, zo mogelijk op gelijk niveau.
6. De plaatsingsadviescommissie zendt haar advies inzake de plaatsing van ambtenaren aan het bevoegd gezag. Het advies bevat een overzicht van de vaste en tijdelijke functies binnen de politieregio en vermeldt de bevindingen van de plaatsingsadviescommissie met betrekking tot de plaatsingsmogelijkheden van met name genoemde ambtenaren.
Tevens wordt in het advies aangegeven voor welke ambtenaren als gevolg van de reorganisatie om-, her- of bijscholing wordt aanbevolen en welke scholing dit betreft.