BWBR0005607
Geldig vanaf 1992-09-09
Artikel 2
Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politiebestel
1. Ten behoeve van de reorganisatie van het politiebestel wordt per politieregio en voor het Korps landelijke politiediensten door de burgemeester, na overleg met het regionaal overlegorgaan, bedoeld in artikel 12 van de Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel, respectievelijk Onze Ministers van Justitie een personeelsplan vastgesteld inzake de inrichting en formatie van de politieregio respectievelijk het Korps landelijke politiediensten. In verband met boventalligheid van een politieregio, respectievelijk het Korps landelijke politiediensten kan een voorziening van tijdelijke aard worden getroffen, inhoudende dat in het desbetreffende formatieplan tot uiterlijk 1 januari 1996 functies van tijdelijke aard kunnen worden gecreëerd. In het personeelsplan zijn tevens opgenomen de plaatsing van ambtenaren in een vaste of tijdelijke functie, alsmede het al of niet van toepassing zijn van om-, her- of bijscholing of van voorwaarden bij de plaatsing. Het personeelsplan wordt aan de ambtenaren bekendgemaakt.
2. Het personeelsplan van een politieregio treedt niet eerder in werking dan nadat dit door Onze Minister van Binnenlandse zaken, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie is goedgekeurd.
3. Het personeelsplan van het Korps landelijke politiediensten treedt niet eerder in werking dan nadat dit door Onze Minister van Binnenlandse Zaken is goedgekeurd.
2. Het personeelsplan van een politieregio treedt niet eerder in werking dan nadat dit door Onze Minister van Binnenlandse zaken, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie is goedgekeurd.
3. Het personeelsplan van het Korps landelijke politiediensten treedt niet eerder in werking dan nadat dit door Onze Minister van Binnenlandse Zaken is goedgekeurd.