BWBR0005473
Geldig vanaf 1992-05-01
Artikel 16
Algemene aanwijzingen aangelegenheden ministerraad en onderraden
In artikel 25 RvO is bepaald dat een geheimhoudingsplicht bestaat ten aanzien van hetgeen ter vergadering van de ministerraad en onderraden is besproken. Dit geldt niet voor zover dat voor uitvoering van besluiten nodig is, dan wel aard en omstandigheden van een besluit bekendmaking ervan vorderen. De reden van de zorg voor geheimhouding is gelegen in de opdracht aan de ministerraad de eenheid van het regeringsbeleid te bevorderen. Het bekend worden van individuele standpunten van bewindspersonen zou daaraan afbreuk kunnen doen (zie voor inzage van ministerraadsnotulen door ambtenaren paragraaf 12).
De stukken die ter behandeling aan de raad en onderraden worden aangeboden, de agenda, de besluitenlijst en de notulen van de raad zijn documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad ingevolge artikel 11, lid 1 Wet openbaarheid van bestuur (WOB).
Voor zover daarin persoonlijke beleidsopvattingen van bewindspersonen terug te vinden zijn, betekent dit dat over de tekst daarvan als zodanig geen informatie wordt verstrekt: wèl geldt op grond van de WOB dat over bepaalde elementen van de inhoud desgevraagd wel informatie moet worden verschaft. Zoals al in paragraaf 4 vermeld, wordt bij de aanbieding ter behandeling in de raad zo mogelijk aangegeven welke onderdelen van het voorstel en de ter voorbereiding daarvan opgestelde stukken al dan niet voor openbaarmaking uit eigen beweging of op verzoek op grond van de WOB in aanmerking komen.
Uiteraard zijn ambtenaren die uit hoofde van hun functie bij de beleidsvoorbereiding van bepaalde onderwerpen zijn betrokken, wel op de hoogte van hetgeen daarover in de raad aan de orde komt aan de hand van agenda, besluitenlijst en notulen van de raad, voor zover die betrekking hebben op bovengenoemde onderwerpen en met inachtneming van de ter zake geldende regels (zie paragraaf 12). De geheimhoudingsplicht voor die ambtenaren vloeit voort uit de ambtseed en uit artikel 59 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).
Verspreiding van de stukken binnen het overheidsapparaat wordt beperkt door hetgeen daarover in deze aanwijzingen is bepaald en door de toepassing van de aanwijzingen voor de beveiliging van staatsgeheimen.
De notulen zijn overeenkomstig het bepaalde in de Archiefwet 1962 pas na 50 jaar zonder beperking openbaar. Na 20 jaar kunnen ze echter (volgens de aanwijzingen ten behoeve van archiefbeheerders, gepubliceerd in de Staatscourant van 12 maart 1973) toegankelijk worden gesteld voor raadpleging met het oog op wetenschappelijk onderzoek van een bepaald onderwerp.
De stukken die ter behandeling aan de raad en onderraden worden aangeboden, de agenda, de besluitenlijst en de notulen van de raad zijn documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad ingevolge artikel 11, lid 1 Wet openbaarheid van bestuur (WOB).
Voor zover daarin persoonlijke beleidsopvattingen van bewindspersonen terug te vinden zijn, betekent dit dat over de tekst daarvan als zodanig geen informatie wordt verstrekt: wèl geldt op grond van de WOB dat over bepaalde elementen van de inhoud desgevraagd wel informatie moet worden verschaft. Zoals al in paragraaf 4 vermeld, wordt bij de aanbieding ter behandeling in de raad zo mogelijk aangegeven welke onderdelen van het voorstel en de ter voorbereiding daarvan opgestelde stukken al dan niet voor openbaarmaking uit eigen beweging of op verzoek op grond van de WOB in aanmerking komen.
Uiteraard zijn ambtenaren die uit hoofde van hun functie bij de beleidsvoorbereiding van bepaalde onderwerpen zijn betrokken, wel op de hoogte van hetgeen daarover in de raad aan de orde komt aan de hand van agenda, besluitenlijst en notulen van de raad, voor zover die betrekking hebben op bovengenoemde onderwerpen en met inachtneming van de ter zake geldende regels (zie paragraaf 12). De geheimhoudingsplicht voor die ambtenaren vloeit voort uit de ambtseed en uit artikel 59 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).
Verspreiding van de stukken binnen het overheidsapparaat wordt beperkt door hetgeen daarover in deze aanwijzingen is bepaald en door de toepassing van de aanwijzingen voor de beveiliging van staatsgeheimen.
De notulen zijn overeenkomstig het bepaalde in de Archiefwet 1962 pas na 50 jaar zonder beperking openbaar. Na 20 jaar kunnen ze echter (volgens de aanwijzingen ten behoeve van archiefbeheerders, gepubliceerd in de Staatscourant van 12 maart 1973) toegankelijk worden gesteld voor raadpleging met het oog op wetenschappelijk onderzoek van een bepaald onderwerp.