BWBR0005473
Geldig vanaf 1992-05-01
Artikel 12
Algemene aanwijzingen aangelegenheden ministerraad en onderraden
Van de besprekingen in de ministerraad worden vrij uitvoerige notulen gemaakt, die de kern van de standpuntbepalingen, de argumenten en de conclusies bevatten. De notulen worden slechts in zeer beperkte kring verspreid. De reden daarvoor is om te voorkomen dat meningen van individuele bewindspersonen tijdens de ministerraad geuit, naar buiten komen. Daardoor zou de eenheid van het regeringsbeleid in gevaar komen. Om elk misverstand over de beperkte omvang van de kring der potentieel gerechtigde lezers dragen de notulen de classificatie ‘zeer geheim’ (zie ook hoofdstuk G ‘Geheimhouding’).
Een aparte vorm van notulen is het verslag dat (als persoonlijke notulen) uitsluitend aan alle ministers en aan staatssecretarissen waar het zaken betreft waarbij zij uit hoofde van hun verantwoordelijkheid rechtstreeks zijn betrokken wordt toegestuurd. Anderen mogen van deze zogenaamde P-notulen geen kennis nemen. In dergelijke gevallen kan een minister wel aan de betrokken ambtenaar de voor uitvoering van een besluit benodigde informatie verschaffen, zonder echter de tekst over te leggen. In aansluiting aan de opneming van een paragraaf betreffende de geheimhouding in het RvO zijn in een circulaire van de minister-president van 30 augustus 1950 de volgende richtlijnen aanbevolen, die nog steeds gelden:
1º. Voor de ontvangst van notulen enz. worden contactambtenaren aangewezen, die gerechtigd zijn de stukken in ontvangst te nemen, doch niet om van de inhoud hiervan kennis te nemen.
2º. Op elk departement mogen de uitdrukkelijk door de minister aangewezen hoofdambtenaren, die een vertrouwensfunctie categorie A bekleden, van de notulen van de ministerraad en de onderraden kennisnemen. Indien kennisneming van bepaalde gedeelten van de notulen noodzakelijk is voor de goede voortgang van de beleidsvoorbereiding van een bepaald onderwerp, kan daarin door de secretaris-generaal aan bepaalde ambtenaren die geen vertrouwensfunctie bekleden, inzage worden gegeven (overeenkomstig de aanwijzingen inzake inzage van ministerraadsnotulen door ambtenaren, opgenomen in bijlage I).
3º. De minister of een door hem of haar daartoe gemachtigde beoordeelt of een besluit van de ministerraad al dan niet aan functionarissen van het departement zal worden doorgegeven en zo ja aan welke leidende ambtenaren.
4º. Teneinde de beraadslagingen in de ministerraad niet naar buiten bekend te doen worden, zullen in het algemeen alleen conclusies van de besprekingen aan de in het vorige punt bedoelde leidende ambtenaren worden verstrekt. Heeft een ambtenaar, nog voordat de notulen gereed zijn, voor de verwerking van het in de raad besprokene nadere informatie nodig, dan kan hij of zij deze door tussenkomst van het hoofd van de secretarie ministerraad telefonisch vragen aan de adjunct-secretaris die bij de behandeling van het desbetreffende agendapunt in de raad aanwezig is geweest. Concept-notulen worden in de regel niet ter inzage gegeven.
Een aparte vorm van notulen is het verslag dat (als persoonlijke notulen) uitsluitend aan alle ministers en aan staatssecretarissen waar het zaken betreft waarbij zij uit hoofde van hun verantwoordelijkheid rechtstreeks zijn betrokken wordt toegestuurd. Anderen mogen van deze zogenaamde P-notulen geen kennis nemen. In dergelijke gevallen kan een minister wel aan de betrokken ambtenaar de voor uitvoering van een besluit benodigde informatie verschaffen, zonder echter de tekst over te leggen. In aansluiting aan de opneming van een paragraaf betreffende de geheimhouding in het RvO zijn in een circulaire van de minister-president van 30 augustus 1950 de volgende richtlijnen aanbevolen, die nog steeds gelden:
1º. Voor de ontvangst van notulen enz. worden contactambtenaren aangewezen, die gerechtigd zijn de stukken in ontvangst te nemen, doch niet om van de inhoud hiervan kennis te nemen.
2º. Op elk departement mogen de uitdrukkelijk door de minister aangewezen hoofdambtenaren, die een vertrouwensfunctie categorie A bekleden, van de notulen van de ministerraad en de onderraden kennisnemen. Indien kennisneming van bepaalde gedeelten van de notulen noodzakelijk is voor de goede voortgang van de beleidsvoorbereiding van een bepaald onderwerp, kan daarin door de secretaris-generaal aan bepaalde ambtenaren die geen vertrouwensfunctie bekleden, inzage worden gegeven (overeenkomstig de aanwijzingen inzake inzage van ministerraadsnotulen door ambtenaren, opgenomen in bijlage I).
3º. De minister of een door hem of haar daartoe gemachtigde beoordeelt of een besluit van de ministerraad al dan niet aan functionarissen van het departement zal worden doorgegeven en zo ja aan welke leidende ambtenaren.
4º. Teneinde de beraadslagingen in de ministerraad niet naar buiten bekend te doen worden, zullen in het algemeen alleen conclusies van de besprekingen aan de in het vorige punt bedoelde leidende ambtenaren worden verstrekt. Heeft een ambtenaar, nog voordat de notulen gereed zijn, voor de verwerking van het in de raad besprokene nadere informatie nodig, dan kan hij of zij deze door tussenkomst van het hoofd van de secretarie ministerraad telefonisch vragen aan de adjunct-secretaris die bij de behandeling van het desbetreffende agendapunt in de raad aanwezig is geweest. Concept-notulen worden in de regel niet ter inzage gegeven.