Bij de indiening van stukken ter behandeling in de ministerraad wordt gebruik gemaakt van een speciaal aanbiedingsformulier (zie bijlage II). Dit formulier dient nauwkeurig te worden ingevuld, zodat uit de daarvoor bestemde rubriek is af te lezen of:
a. het voorstel al dan niet als hamerstuk wordt aangemeld;
b. het voorstel al eerder door de ministerraad is behandeld en zo ja, op welke datum;
c. advies is uitgebracht door adviescolleges;
d. het voorstel interdepartementaal is voorbereid en zo ja, in overleg met welke departementen. Over zaken waaraan financiële gevolgen zijn verbonden, wordt overleg gepleegd met de Minister van Financiën alvorens deze aan de ministerraad voor te leggen; met de Minister van Justitie vindt overleg plaats in verband met de wetgevingstoets, met inbegrip van de dereguleringsaspecten;
e. bedoeld overleg tot overeenstemming heeft geleid; is dat niet het geval dan dient eerst overleg tussen de betrokken bewindspersonen te zijn gevoerd, alvorens het voorstel op de agenda van de ministerraad kan worden geplaatst. Een voorstel waarover geen overeenstemming bestaat, kan in beginsel alleen worden geagendeerd indien gebrek aan overeenstemming is gebleken tijdens het bewindspersonenoverleg. In dat geval is het aanbiedingsformulier op zichzelf niet voldoende, maar moeten in een begeleidende aanbiedingsbrief op het briefpapier van het ministerie de verschillende standpunten worden vermeld; Overigens geldt meer in het algemeen dat indien omvangrijke nota's of rapporten aan de ministerraad ter behandeling worden aangeboden, dan wel deze het resultaat zijn van intensief interdepartementaal overleg, deze vergezeld gaan van een aanbiedingsbrief aan de raad, waarin de inhoud van de nota of het rapport in hoofdlijnen is weergegeven en waarin bovendien eventuele conclusies en/of beslispunten zijn opgenomen;
f. het stuk is voorbereid door de bevoegde onderraad.
Op het aanbiedingsformulier worden verder de kern van de inhoud en de doelstelling van het in de ministerraad te behandelen stuk aangegeven (zonder verwijzingen). Indien het een voorstel betreft dat is aangekondigd in regeringsverklaring, troonrede, begroting of in het parlement, dan wel samenhangt met verplichtingen op grond van internationale verdragen en met name Europese regelgeving wordt dat vermeld. Indien voorstellen gevolgen kunnen hebben voor de rijksbegroting op korte termijn of op lange termijn voor de meerjarenafspraken, voor de sociale lasten of eventueel financiële gevolgen voor lagere publiekrechtelijke lichamen of betrokken instellingen, dan wordt dat eveneens op het aanbiedingsformulier aangegeven. Op grond van artikel 15 van de Comptabiliteitswet 1976 moet bij wetsvoorstellen met financiële gevolgen alsmede bij mededelingen aan de Staten-Generaal over voorgenomen beleidsvoorstellen in de toelichting c.q. in een financieel onderdeel worden ingegaan op de financiële gevolgen. Om deze gevolgen ook bij de aanbieding aan de ministerraad inzichtelijk te maken, moet bij dergelijke voorstellen het standaardformulier ‘overzicht van de financiële gevolgen voor de rijksbegroting’ worden gevoegd (zie bijlage III). Voorts worden zoveel mogelijk de gevolgen die het voorstel kan hebben voor de arbeidsmarkt en de personeelsbezetting alsmede de huisvesting bij rijk, provincies en gemeenten vermeld.
Op het aanbiedingsformulier worden in elk geval de aan de raad voorgestelde conclusies opgenomen. Ook wordt de eerstverantwoordelijke minister (of minister a.i.) of staatssecretaris genoemd die het stuk ter behandeling in de ministerraad aanbiedt. Deze plaatst zijn of haar handtekening op het aanbiedingsformulier. Onderaan het formulier (in kolom 20) wordt vermeld bij welke ambtenaar op het departement nadere inlichtingen over het voorstel kunnen worden ingewonnen.
Met het oog op de publiciteit bevat het aanbiedingsformulier verder nog een rubriek waarin wordt aangegeven op welke wijze het voorstel in de publiciteit zal worden gebracht. Eventueel kan een kort persbericht worden opgenomen dat wordt ontworpen in samenwerking met de afdeling Voorlichting van het departement waarvan het voorstel afkomstig is. Veelal wordt enkele dagen voor de behandeling in de ministerraad door de desbetreffende voorlichtingsafdeling nog een wat uitgebreider persbericht met een samenvatting van het voorstel aan de Rijksvoorlichtingsdienst gezonden. Voorts wordt zo mogelijk aangegeven welke onderdelen van het voorstel en van de ter voorbereiding daarvan opgestelde stukken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) al dan niet voor openbaarmaking uit eigen beweging of op verzoek in aanmerking komen.