BWBR0005196
Geldig vanaf 1991-09-12
Artikel 9
Beschikking superheffing zure boerderijzuivelprodukten
1. Degene van wie tengevolge van een buitengewone omstandigheid, welke zich kort vóór of in de loop van 1983 onverwacht heeft voorgedaan, de produktie van zure boerderijzuivelprodukten in dat jaar minder dan 90% heeft bedragen van de produktie in 1981 of 1982 kan verzoeken om bij de berekening van de referentiehoeveelheid als bedoeld in artikel 2uit te gaan van één van die jaren, met dien verstande dat de referentiehoeveelheid wordt verminderd met het geldende percentage van 19,43%.
2. Onder een buitengewone omstandigheid, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:
een ernstige natuurramp die een grote weerslag heeft op het bedrijf van de producent;
de vernieling van de voorraden diervoeder of de melkveestallen van de producent door een ongeluk;
een epizoötie bij de gehele melkveestapel of een deel ervan:
onteigening van een aanzienlijk deel van de oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf van de producent, waardoor het groenvoederareaal van het bedrijf tijdelijk is verkleind;
langdurige arbeidsongeschiktheid van de producent, als deze zelf het bedrijf exploiteerde;
verlies, door diefstal of ongelukken, van de gehele melkveestapel of een gedeelte daarvan, waardoor de melkproduktie van het bedrijf aanzienlijk is beïnvloed, dan wel elke andere buitengewone omstandigheid, als zodanig aangemerkt door de EG-verordeningen.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, ingeval de produktie van zure boerderijzuivelprodukten in 1983 minder dan 100% heeft bedragen van die in 1982, indien het aantal melk- of kalfkoeien in 1983 ten opzichte van 1982 aanzienlijk is uitgebreid, met dien verstande dat de som van bedoelde vermindering van de produktie van zure boerderijzuivelprodukten, uitgedrukt in een percentage, en bedoelde uitbreiding van het aantal melk- en kalfkoeien, uitgedrukt in een percentage, gelijk of meer dan 20 dient te bedragen.
4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van toewijzing van een heffingvrije hoeveelheid als bedoeld in artikel 2.
2. Onder een buitengewone omstandigheid, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan:
een ernstige natuurramp die een grote weerslag heeft op het bedrijf van de producent;
de vernieling van de voorraden diervoeder of de melkveestallen van de producent door een ongeluk;
een epizoötie bij de gehele melkveestapel of een deel ervan:
onteigening van een aanzienlijk deel van de oppervlakte cultuurgrond van het bedrijf van de producent, waardoor het groenvoederareaal van het bedrijf tijdelijk is verkleind;
langdurige arbeidsongeschiktheid van de producent, als deze zelf het bedrijf exploiteerde;
verlies, door diefstal of ongelukken, van de gehele melkveestapel of een gedeelte daarvan, waardoor de melkproduktie van het bedrijf aanzienlijk is beïnvloed, dan wel elke andere buitengewone omstandigheid, als zodanig aangemerkt door de EG-verordeningen.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, ingeval de produktie van zure boerderijzuivelprodukten in 1983 minder dan 100% heeft bedragen van die in 1982, indien het aantal melk- of kalfkoeien in 1983 ten opzichte van 1982 aanzienlijk is uitgebreid, met dien verstande dat de som van bedoelde vermindering van de produktie van zure boerderijzuivelprodukten, uitgedrukt in een percentage, en bedoelde uitbreiding van het aantal melk- en kalfkoeien, uitgedrukt in een percentage, gelijk of meer dan 20 dient te bedragen.
4. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van toewijzing van een heffingvrije hoeveelheid als bedoeld in artikel 2.