BWBR0005196
Geldig vanaf 1991-09-12
Artikel 7
Beschikking superheffing zure boerderijzuivelprodukten
1. De producent die vóór 1990 met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten is begonnen en in de periode van 1 september 1988 tot 31 januari 1991 investeringsverplichtingen van tenminste f 20 000 te behoeve van een uitbreiding van het aantal standplaatsen is aangegaan met het oog op de uitbreiding van de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten, kan in aanmerking komen voor een bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid in afwijking van de hoeveelheid, bedoeld in de artikelen 4en 5.
2. De bijzondere hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, wordt:
a. indien de producent vóór 1984 met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten is begonnen, als volgt berekend: de hoeveel zure boerderijzuivelprodukten die de producent in één van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde periodes rechtstreeks voor consumptie heeft verkocht dan wel aan een koper heeft geleverd, vermeerderd met de hoeveelheid waarmee de in de periode van 12 maanden voorafgaand aan het aangaan van de investeringsverplichtingen bedoeld in het eerste lid rechtstreeks verkochte en/of geleverde hoeveelheid de eerstgenoemde hoeveelheid overschrijdt en voorts vermeerderd met een hoeveelheid die wordt berekend volgens de formule; het aantal standplaatsen als bedoeld in het eerste lid, verminderd met 30% en voorts vermenigvuldigd met 6000 kg.
b. indien de producent na 1983 doch vóór 1990 met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten is begonnen, als volgt berekend: de rechtstreekse verkoop en/of levering die de producent in de periode van 12 maanden voorafgaand aan het aangaan van de investeringsverplichtingen, bedoeld in het eerste lid, heeft gerealiseerd, vermeerderd met een hoeveelheid berekend volgens de formule; het aantal standplaatsen als bedoeld in het eerste lid, verminderd met 30% en voorts vermenigvuldigd met 6000 kg.
3. De heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid welke volgens de in het tweede lid bedoelde formule is berekend, wordt verminderd met het geldende percentage van 2,39% respectievelijk 19,43%.
2. De bijzondere hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, wordt:
a. indien de producent vóór 1984 met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten is begonnen, als volgt berekend: de hoeveel zure boerderijzuivelprodukten die de producent in één van de in artikel 4, eerste lid, bedoelde periodes rechtstreeks voor consumptie heeft verkocht dan wel aan een koper heeft geleverd, vermeerderd met de hoeveelheid waarmee de in de periode van 12 maanden voorafgaand aan het aangaan van de investeringsverplichtingen bedoeld in het eerste lid rechtstreeks verkochte en/of geleverde hoeveelheid de eerstgenoemde hoeveelheid overschrijdt en voorts vermeerderd met een hoeveelheid die wordt berekend volgens de formule; het aantal standplaatsen als bedoeld in het eerste lid, verminderd met 30% en voorts vermenigvuldigd met 6000 kg.
b. indien de producent na 1983 doch vóór 1990 met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten is begonnen, als volgt berekend: de rechtstreekse verkoop en/of levering die de producent in de periode van 12 maanden voorafgaand aan het aangaan van de investeringsverplichtingen, bedoeld in het eerste lid, heeft gerealiseerd, vermeerderd met een hoeveelheid berekend volgens de formule; het aantal standplaatsen als bedoeld in het eerste lid, verminderd met 30% en voorts vermenigvuldigd met 6000 kg.
3. De heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid welke volgens de in het tweede lid bedoelde formule is berekend, wordt verminderd met het geldende percentage van 2,39% respectievelijk 19,43%.