BWBR0005196
Geldig vanaf 1991-09-12
Artikel 6
Beschikking superheffing zure boerderijzuivelprodukten
1. Degene die met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten in dan wel na 1990 is begonnen alsmede degene die ten tijde van de indiening van de aanvraag nog geen aanvang heeft gemaakt met deze produktie en die na 1 september 1988 maar vóór 31 januari 1991 investeringsverplichtingen van tenminste f 20 000 als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is aangegaan kan in aanmerking komen voor toewijzing van een bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid.
2. De aan de in het eerste lid bedoelde producenten toe te wijzen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid wordt berekend volgens de formule:
totale aantal op 31 januari 1991 op het bedrijf van de producent aanwezige standplaatsen in voorkomend geval vermeerderd met het aantal nog niet gerealiseerde standplaatsen waarvoor na 1 september 1988 maar vóór 31 januari 1991 investeringsverplichtingen zijn aangegaan, verminderd met het totale aantal op 31 december 1989 op het bedrijf van de producent beschikbare melk- en kalfkoeien, het geheel verminderd met 30% en voorts vermenigvuldigd met 6000 kg, met dien verstande dat de toe te wijzen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid nooit meer kan bedragen dan de hoeveelheid waarvoor de producent aan de hand van de door hem verrichte investeringen kan aantonen dat hij deze na realisatie daarvan daadwerkelijk kan produceren.
3. Degene die met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten in 1990 is begonnen en na 1 september 1988 maar vóór 31 januari 1991 investeringsverplichtingen is aangegaan als bedoeld in het eerste lid, kan bij zijn aanvraag een verzoek doen om, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, bij de berekening van de toe te wijzen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid uit te gaan van het gerealiseerde produktieniveau.
4. De heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid, bedoeld in de voorgaande leden wordt verminderd met het geldende percentage van 2,39% respectievelijk 19,43%.
5. De aanspraak op de overeenkomstig het tweede lid toegewezen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid ontstaat pas nadat de producent ten genoegen van de minister heeft aangetoond dat hij met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten is begonnen.
2. De aan de in het eerste lid bedoelde producenten toe te wijzen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid wordt berekend volgens de formule:
totale aantal op 31 januari 1991 op het bedrijf van de producent aanwezige standplaatsen in voorkomend geval vermeerderd met het aantal nog niet gerealiseerde standplaatsen waarvoor na 1 september 1988 maar vóór 31 januari 1991 investeringsverplichtingen zijn aangegaan, verminderd met het totale aantal op 31 december 1989 op het bedrijf van de producent beschikbare melk- en kalfkoeien, het geheel verminderd met 30% en voorts vermenigvuldigd met 6000 kg, met dien verstande dat de toe te wijzen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid nooit meer kan bedragen dan de hoeveelheid waarvoor de producent aan de hand van de door hem verrichte investeringen kan aantonen dat hij deze na realisatie daarvan daadwerkelijk kan produceren.
3. Degene die met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten in 1990 is begonnen en na 1 september 1988 maar vóór 31 januari 1991 investeringsverplichtingen is aangegaan als bedoeld in het eerste lid, kan bij zijn aanvraag een verzoek doen om, in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, bij de berekening van de toe te wijzen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid uit te gaan van het gerealiseerde produktieniveau.
4. De heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid, bedoeld in de voorgaande leden wordt verminderd met het geldende percentage van 2,39% respectievelijk 19,43%.
5. De aanspraak op de overeenkomstig het tweede lid toegewezen bijzondere heffingvrije hoeveelheid respectievelijk referentiehoeveelheid ontstaat pas nadat de producent ten genoegen van de minister heeft aangetoond dat hij met de rechtstreekse verkoop en/of levering van zure boerderijzuivelprodukten is begonnen.