BWBR0004935
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 9
Uitvoeringsvoorschriften belastingverdrag Nederland-Zwitserland
1. Natuurlijke personen en rechtspersonen die in de Staat waarin zij hun woonplaats hebben geen belasting naar het inkomen en naar het vermogen betalen, omdat zij, om redenen aan hun persoon ontleend, vrijdom van belasting genieten of omdat hun inkomen en hun vermogen de belastingvrije grens niet overschrijden, kunnen niettemin aan de andere Staat teruggaaf vragen van de aan de bron geheven belastingen.
2. De hoogste belastingautoriteit van de Staat waarin de verzoeker zijn woonplaats heeft, moet in de verklaring die zij op het verzoek stelt, de vrijdom vermelden en aangeven op welke wijze zij zich ervan heeft vergewist dat de verzoeker het genotsrecht heeft op de in zijn verzoek vermelde waarden. Zij draagt te dien einde de noodzakelijke onderzoeken op.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op internationale organisaties, haar organen en functionarissen, alsmede op het personeel van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen van andere dan de Verdragsluitende Staten, die hun woonplaats hebben of ambtelijk verblijf houden in een van de twee Staten en daar zijn vrijgesteld van de betaling van directe belastingen van roerend kapitaal en de opbrengst daarvan, welke in de andere Staat onderworpen is aan belastingheffing bij wege van inhouding aan de bron (vijfde lid, onderdeel b, van het slotprotocol ad artikel 9 van het verdrag).
2. De hoogste belastingautoriteit van de Staat waarin de verzoeker zijn woonplaats heeft, moet in de verklaring die zij op het verzoek stelt, de vrijdom vermelden en aangeven op welke wijze zij zich ervan heeft vergewist dat de verzoeker het genotsrecht heeft op de in zijn verzoek vermelde waarden. Zij draagt te dien einde de noodzakelijke onderzoeken op.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op internationale organisaties, haar organen en functionarissen, alsmede op het personeel van diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen van andere dan de Verdragsluitende Staten, die hun woonplaats hebben of ambtelijk verblijf houden in een van de twee Staten en daar zijn vrijgesteld van de betaling van directe belastingen van roerend kapitaal en de opbrengst daarvan, welke in de andere Staat onderworpen is aan belastingheffing bij wege van inhouding aan de bron (vijfde lid, onderdeel b, van het slotprotocol ad artikel 9 van het verdrag).